Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TTFT GEZAG. — HET SOCIALE GEZAG.

aan de slavernij, en de verhouding tusschen heer en knecht thans uitsluitend de vrije dienstbetrekking is geworden.

Komt deze betrekking tot stand door een contract — van het Latijnsche con en trahere, „samen" en „trekken", — een samentrekking alzoo van twee willen ; een op wederzijdsche toestemming berustende en alzoo vrijwillige verbintenis tot wederzijdsche verplichtingen, — dit contract is een Awwr-contract. _

Een contract, waarbij de knecht zich verbindt het gebruik van zijn arbeidskracht voor een tijd, tot een bepaald doel, ten dienste te stellen van zijn heer. en de heer zich verbindt dit op een bepaalde wijze te verbelden aan zijn knecht. En wijl deze vergelding het karakter draagt van loon of geld, waarvoor men gedurende een bepaalden tijd diensten „eniet of bewijst, is dit huur-contract nader een /^(V/z-contract.

Din al ontstaat de vrije dienstbetrekking en daarmee de verhouding tusschen heer en knecht door een huur-contract, dit huur-contract is toch specifiek onderscheiden van alle andere huur-contracten.

Gaat het toch bij alle andere over redelooze dingen, b. v. een huis, een boek, een paard, hier gaat het over de, van een redelijk wezen, van een mensch niet af te scheiden arbeidskracht.

En dit nu geeft aan de verhouding van heer en knecht een eigenaardig karakter.

Deze verhouding zelf dan wordt bepaald en ligt geheel binnen de

grens van het contract. ,

Het gezag van den heer en de onderdanigheid van den knecht "•elden slechts voor den duur en tot het doel van het contract, evenals daaruit volgen hun wederzijdsche rechten en plichten.

De heer heeft het recht om gezag te oefenen tegenover zijn knecht met betrekking tot het aanwenden van diens arbeidskracht op de wijze, die hij overeenkomstig acht met het doel waartoe hij hem in

zijn dienst heeft genomen.

Door zijn inzicht en beleid heeft hij niet alleen stuur en leiding aan het arbeiden van zijn knecht te geven, dien arbeid te besturen, maar in den meest letterlijken zin heeft hij daarbij te regceren, zijn wil daarbij op te leggen aan zijn knecht.

Nu is het arbeidscontract wel een middel, waardoor de heer gezag over zijn knecht krijgt, een gezag waaronder deze zich vrijwillig stelt, doch daarmee heeft de knecht allerminst dit recht om gezag te oefenen

geschonken aan zijn heer.

De heer heeft dit recht niet ontvangen van zijn knecht.

Hij dankt het ook niet aan zijn meerdere vaardigheid en kundigheid, waardoor hij, krachtens zijn meerder beleid en inzicht, in staat is stuur en leiding te geven. Dit toch zou hem hoogstens een zedelijk gezag verleenen, maar nog geen gezag van rechtswege, want het laat zich

Sluiten