Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN 'S HEEREN ORDINANTIËN.

de vraag overtrof en alzoo, bij het vrije arbeidscontract, een maximum arbeid tegen een minimum loon was te verkrijgen.

Een contract, eenerzijds vaak uit honger, maar — en men vergete ook dit niet — anderzijds vaak onder de pressie van al scherper concurrentie gesloten.

De wettelijke regeling van het arbeidscontract zal, naar men ook ten onzent verwacht, althans op dit stuk de positie van den werkman verbeteren.

Dan, de, in vele opzichten, zeker niet onrechtmatige eischen der werklieden tot lotsverbetering, waaraan sedert de vorige eeuw door Christenen en niet-Christenen èn gehoor gegeven èn gepoogd is op verschillende wijzen te gemoet te komen, iets waarvan de „sociaaldemocratie" zeker niet het monopolie heeft, deze eischen hebben niet op zich zelf, maar doordat vaak eenerzijds op hun vervulling werd aangedrongen met een onstuimigheid, die geen rekening hield met de natuurwetten, welke ook het maatschappelijk organisme beheerschen; en doordat anderzijds voor hun vervulling geen oor was te vinden bij een liefdeloos conservatisme, dat evenmin rekening hield met de veranderde toestanden, als met de zede-wetten, die ook het maatschappelijk leven moeten beheerschen, de verhouding tusschen heer en knecht, door de vrijzinnigheid reeds verkeerd, nog scheever getrokken.

Te recht en te onrecht is het wederzijdsch vertrouwen geschokt en daarmee vaak de trouw verdwenen.

Het ging dan hard tegen hard.

Verbittering wegens het gezag, dat zich slechts als het recht van den sterkere handhaafde. Verbittering wegens de weerspannigheid, waarin de, uit nood afgedwongen, onderdanigheid telkens omsloeg.

In zulk een stemming des gemoeds is samenwerking uiterst moeilijk, zoo niet onmogelijk.

Dat er gezag, sociaal gezag noodig is, wordt zelfs van de zijde der „sociaal-democratie" — wier gezagsoefening op haar vergaderingen en congressen over de, van haar leer afwijkende, partijgenooten zeker niet minder krachtig is dan die der middeneeuwsche Kerk op haar synoden en concilies over de ketters, — allerminst bestreden. Niet bij haar, maar bij de Anarchie is dan ook de principieele bestrijding van het gezag te zoeken.

Wijl echter de verhouding van heer en knecht, hoe ook gedifferentieerd, een natuurlijke is, en dus blijven zal ook wanneer dat deel van de sociale quaestie, wat men aanduidt als het „arbeidersvraagstuk", tot een oplossing zal zijn gekomen, het is inmiddels plicht om dus te regeeren, dus gezag te oefenen, dat het gehoorzamen niet noodeloos wordt bemoeilijkt; en dus zich te laten regeeren, dus onderdanig te

Sluiten