Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN 'S HEEREN ORDINANTIËN.

Het „leven" is een goed.

Het wordt als zoodanig door alle bezielde wezens begeerd ; in zijn bestaan te volharden is natuurdrang, zoo bij planten en dieren als menschen; en menschelijk bestaan is juist de levensband van lichaam en ziel.

Zijn leven te bewaren, is ook in dezen zin althans den mensch even natuurlijk, evenzeer 'n vanzelfsheid, als ademhalen of eten en drinken.

Daarvoor is geen zedelijk gebod noodig.

't Is een natuur-ordinantie.

_ Dieren plegen dan ook geen zelfmoord, en de opmerking is even fijn als juist: „Bloot als dier zou de zelfmoordenaar gaarne willen voortleven." Wat zulk een deerniswaardige bedoelt, wanneer hij opzettelijk en eigenmachtig den band tusschen ziel en lichaam verbreekt, is dan ook, zijn menschelijk bestaan, waarin juist uitschittert het beeld Gods, te vernietigen; zijn menschelijk bestaan, omdat het hem op deze aarde zwaar, moeilijk, ondraaglijk is geworden.

Juist als mensch, als redelijk-zedelijk, als denkend en willend wezen, wil hij niet langer voortleven; dit hooge goed, dat hij vóór heeft op het dier, van zich werpen; en doen daarom zich zelf kwaad.

Te recht heeft men ook in de antieke wereld in den zelfmoord een vergrijp gezien aan de natuur; wij mogen er aan toevoegen: aan de menschelijke natuur.

Ook onder de heidenen werd er bovendien op gewezen, dat hij in strijd is met den plicht tot zelfontwikkeling of zelfvolmaking, waartoe men wel al den tijd van zijn leven noodig heeft. Zoo reeds Plato en ook de Romeinsche dichter Vergilius, waar deze zegt van de ongelukkigen in de onderwereld, die de hand aan eigen leven hadden geslagen: Hoe zouden zij willen in de bovenwereld Nu èn armoede en moeiten èn zwarigheden verdragen?

Waar het besef sterk was, dat de individu niet uitsluitend aan zich zelf behoorde, maar ook aan de staatsgemeenschap, werd ook daaraan een argument tegen den zelfmoord ontleend, en zeker is zelfmoord óók een vergrijp aan onze naasten tegenover wie wij plichten hebben.

Over het algemeen kan men dan ook zeggen, dat in de antieke wereld de zelfmoord voor onzedelijk gold.

locli waren er omstandigheden, waarin zelfmoord bij de ouden voor geoorloofd werd gehouden, en daartoe rekende men dan walging van het leven (tacdium vitae) ; schaamte over gemaakte schulden; ziekten. Bekend zijn verder de gevallen, van Cato, die zelfmoord pleegde omdat hij den val der vrijheid van zijn vaderland niet wilde overleven; en van Lucretia, die liever wilde sterven dan de schande der onteering te verduren.

Sluiten