Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET MENSCHELIJK LEVEN. — ZELFMOORD.

Bij deze gevallen is het de vraag, of dat van Simson wel als zelfmoord moet beschouwd en niet veeleer, zooals reeds Augustinus leerde, als een daad, hem door God ingegeven, om daardoor te voltrekken het strafgericht over de Filistijnen. Indien dit zoo ware, zou het opzettelijke en eigenmachtige, de elementen die het zich zelf dooden tot zelfmoord maken, er aan ontbreken.

Bij de vijf overige gevallen is echter zonder twijfel aan opzettelijk en eigenmachtig handelen te denken.

Maar uit het feit, dat de Schrift deze vijf gevallen verhaalt zonder daar een oordeel over uit te spreken, mag men zeker allerminst besluiten, dat zij ze ons ten voorbeeld stelt.

Reeds het feit, dat ze ook andere daden, die zedelijk zijn te veroordeelen, mededeelt zonder er een afkeuring over uit te spreken, verbiedt dit.

Maar bovendien zou dit in strijd zijn met haar doorgaande leer van Gods volstrekte zeggenschap over den mensch.

En waar nu in de wijze, waarop ons het Nieuwe Testament het uiteinde van Judas mededeelt, over het opzettelijk en eigenmachtig eindigen van een zelfs zoo wanhopig bestaan als het zijne, onmiskenbaar veroordeeling is te lezen, daar kan er bij zich zelf dooden om schande te ontgaan, gelijk in de vijf gevallen waarvan het Oude Testament bericht, des te minder van verontschuldiging sprake zijn.

Wiens leven toch is ooit ellendiger geweest dan dat van Judas, nadat hij Jezus had verraden ?

Is zelfmoord alzoo metterdaad een verloochening van het besef, dat wij Godes en niet van ons zeiven zijn, onder geen omstandigheid is deze daad goed te keuren of ook maar te vergoelijken.

Het lijden, dat God over ons brengt, hebben wij geduldig te dragen. De oude vraag, of zelfmoord een daad van moed dan van lafheid is, moet, naar het ons voorkomt, dus worden beantwoord, dat er ongetwijfeld tot zulk een daad zekere kordaatheid noodig is, maar dat er zedelijke moed toe noodig is om, als ons lijden wacht, het leven te verdragen. Het is juist deze moed, dien de zelfmoordenaar mist. Vandaar dan ook, dat bij ongeneeslijke ziekten, met zwaar lichaamslijden gepaard; bij de vrees voor naderende zielekrankheid, en zelfs ook bij de gedachte aan de schande, die men door een eerlooze daad over zich heeft gebracht, zelfmoord te plegen, van dit gemis aan zedelijken moed getuigt. Wat het laatste betreft, zij echter opgemerkt, dat zelfmoord uit verloren gevoel van eer, zeker van een hoogere mate van eergevoel getuigt, dan onverschillig en zonder smartgevoel eerloos voortleven. Dan, ook de onteerde mag, omdat hij ook zóó Gods eigendom is, in Gods recht op zijn leven niet ingrijpen, maar heeft het lijden, dat hij door eigen schuld over zich bracht, te dragen.

Wijl zelfmoord altijd en in welke omstandigheden ook, een zich vergrijpen aan Gods eigendomsrecht is, kunnen ook de gedachten daaraan, die vaak opkomen onder zware bekommeringen, gelijk bij

Sluiten