Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN 'S HEEREN ORDINANTIËN.

hen, die in zwaren zielestrijd verkeeren, niet anders zijn dan inwerpselen van Satan.

Is 't eindelijk het besef, niet van ons zeiven, maar reeds als mensch Godes te zijn, wat van zelfmoord moet afhouden, bij den Christen, die zich in nog dieper en inniger zin, als een door Jezus gekochte, het eigendom des Heeren weet, zal dit besef nog sterker zijn.

„Hetzij dat wij leven, hetzij dat wij sterven, wij zijn des Heeren." (Rom. 14 : 8.)

Wat eindelijk de vraag betreft, of men moet aannemen, dat alle zelfmoordenaars zeker verloren zijn, dient men met onze Gereformeerde moralisten wèl te onderscheiden tusschen de zonde en den zondaar. Op zich zelf genomen, maakt deze zonde schuldig aan de eeuwige verdoemenis; doch daarom is nog niet ieder, die haar begaan heeft, met zekerheid tot de voor eeuwig verlorenen te rekenen. Allereerst maakt het verschil, of hij in zijn leven al dan niet blijken heeft gegeven van een geloovige te zijn. Ook een geloovige toch kan diep vallen. En uit het verhaal van den stokbewaarder van Filippi blijkt, hoe iemand, zoo al geen geloovige, dan toch een tot de zaligheid verkorene kan zijn, en toch, althans in zedelijk opzicht, een zelfmoordenaar. Verder is, gelijk wij weten uit de bekeering van den moordenaar op het kruis, een bekeering in de stervensure volstrekt niet uitgesloten.

En eindelijk, hoe zwaar de zonde van zelfmoord ook is, toch bedenke men, dat de Schrift ons maar van ééne zonde spreekt, die den mensch niet zal vergeven worden, noch in deze eeuw, noch in de toekomende. (Matth. 12 : 32.)

Al blijft dan ook zelfmoord onvoorwaardelijk als zonde te veroordeelen, het oordeel over hem, die deze zonde heeft begaan, late men over aan God. En al mag men misdaad en waanzin allerminst vereenzelvigen, men bedenke toch ook, dat wij nooit weten, welk aandeel een zekere verstandsverbijstering of een tijdelijke waanzin aan de daad van den zeker altijd deerniswaardige gehad hebben.

Ten slotte zij hier nog opgemerkt, dat, hoe diep zondig ook de 'zelfmoord is, er toch bij den geloovige een verlangen, een begeerte naar den dood kan zijn, dat met „zedelijken zelfmoord" allerminst mag verward. Wij meenen, wat de heilige Apostel bedoelt, wanneer hij schrijft: begeerte te hebben om ontbonden te worden en met Christus te zijn; want dat is zeer verre het beste (Filipp. 1 : 23); het heimwee van Gods kind naar het Vaderhuis, wat hij echter onderdrukt in het besef, dat hij hier zijn taak heeft te verrichten, op zijn post te blijven tot zijn Heere hem afroept, zijn Vader hem thuis haalt. Een begeerte, op zich zelf zeker Christelijker dan het al maar door begeeren te leven, alsof er geen hemelsch vaderland is.

Sluiten