Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET MENSCHELIJK LEVEN. — NIET-WEERSTAAN.

mantel; over die ééne mijl en die twee mijlen; dat zij u voorbeelden ter opheldering van normatieve, van gedrag regelende voorschriften worden.

Of dan de oude Mennonieten en Kwakers, en in onze dagen weer Tolstoi, met hun theorie van het „niet-weerstaan" gelijk hebben?

Wij zouden willen antwoorden : zij hebben maar half gelijk.

Zij volgen maar de helft op van wat Jezus gebiedt en wat niet een nieuwe wet, maar eenvoudig de eenig juiste uitlegging van de Wet des Heeren, van Gods onveranderlijke ordinantiën voor de zedelijke wereld, is.

De Heere Jezus toch gebiedt niet slechts: niet weerstaan, maar ook: zich nog meer kwaad laten doc7i.

Dat laatste is de andere helft.

Wat Jezus gebiedt, is dus nog meer dan de passiviteit; Hij gebiedt ook een doen door lijden.

En daartoe maakt u gewillig de heilige liefde.

Want de liefde rekent het kwaad niet toe; zij vergeeft.

En zij doet meer dan dat.

Zij verblijdt zich niet in de ongerechtigheid, en daarom wil zij den naaste zijn ongerechtigheid doen gevoelen, om er hem van terug te brengen.

En uit dit beginsel der heilige liefde schrijft dan ook de Apostel: „Wordt van het kwade niet overwonnen, maar overwint het kwade door het goede" (Rom. 12:21); „vergeldt niemand kwaad voor kwaad" (vs. 17); „indien dan uwen vijand hongert, zoo spijzigt hem ; indien hem dorst, zoo geeft hem te drinken: want dat doende, zult gij kolen vuurs op zijn hoofd hoopen" (vs. 20).

„Kolen vuurs op zijn hoofd hoopen."

Wat deze beeldspraak beteekent, hebben wij reeds vroeger verklaard. Hier zij nog eens herinnerd, dat het ziet op de smart, welke gij bij uw naaste kunt wekken, wanneer gij zijn kwaad-doen met uw goed-doen beantwoordt; de smart der schaamte en des berouws.

En niet alleen door goed-doen, maar ook door zich nog meer kwaad te laten doen, kunt gij bij hem wekken deze smart; overwinnen zijn ongerechtigheid.

Dat is de bedoeling van Jezus' woord.

En beproef het nu eens met die kolen vuurs.

Wij hoorden onlangs, dat werkelijk eens het volgende gebeurd is. Eenige jonge mannen van Christelijken zin waren in gezellig verkeer vroolijk samen. Als de een, die nogal prikkelbaar was, zonder rechtmatige aanleiding den ander een slag in het gezicht gaf, dorst de geslagene het wagen met het woord van Jezus en keerde ook de andere wang toe. En toen schaamde zich hij, die den slag had gegeven, kreeg berouw en vroeg vergeving.

't Is wel zonderling, dat onder Christenen zulk een het-wagen-met

Sluiten