Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN 'S HEEREN ORDINANTIËN.

het-w oord-van-Jezus tot de schier on geloofd ij ke „singulariteiten" wordt gerekend.

Ook hier komt echter alles aan op het motief.

Alleen wie uit de heilige liefde, om het onrecht bij zijn naaste te overwinnen, dïis zijn andere wang toekeert, handelt Christelijk.

Een kind daarentegen, dat van zijn vader of moeder een welverdienden slag ontvangt en dan, met het woord van Jezus op de lippen, tartend zijn andere wang toekeert, zou diep zondig handelen.

Dan, ook de andere, de eerste helft van Jezus' woord hebben wij nader te bezien: het niet-weerstaan.

Ook hier komt het alles weer aan op het motief, op den beweeggrond. Dat niet-weerstaan toch kan ook voortkomen uit lafhartigheid, uit gemakzucht of, gelijk in het Buddhisme, uit een bloote verstandsoverweging. „Niet door vijandschap komt ooit vijandschap hierbeneden tot rust; door niet-vijandschap komt zij tot rust; dat is de eeuwige ordening. „Hij heeft mij gescholden, hij heeft mij geslagen, hij heeft mij verdrukt, hij heeft mij beroofd", — wie zulke gedachten in zijn ziel koestert, bij dien komt de vijandschap niet tot rust; wie zulke gedachten wegdringt uit zijn ziel, bij dien komt zij tot rust. Zoo overwint men het booze door het goede."

Dus leest men in een der heilige schriften der Buddhisten.

Maar deze verstandigheids-moraal en deze niet-vijandschap heeft met de Christelijke zedelijkheid en de heilige liefde niets uitstaande. Zij kan gepaard gaan met het meest krasse egoïsme.

Het niet-weerstaan daarentegen wat Jezus wil, is, voor wie zijn zelftucht nog niet overwonnen heeft door de heilige liefde, onmogelijk. Wat toch Jezus wil, is, dat wij in gevallen, waar het ons zelf, ons eigen Ik geldt, waartegen anderen onrecht doen, dat onrecht met alleen dulden, maar dulden uit het beginsel der liefde. Uit het beginsel der liefde, die den naaste doet liefhebben om God; ons gezind maakt, te dulden, en die gezindheid ook doet tooncn in ons uitwendig gedrag.

ïvu is te allen tijde, ook door oprechte Christenen, tegen het in toepassing brengen van dezen eisch des Heeren op drieërlei bezwaar gewezen.

1 en eerste,^ dat zulk niet-weerstaan van het onrecht juist het omgekeerde kan uitwerken van wat de liefde bedoelt; den onrechtvaardige eer zal sterken in zijn onrecht-doen, dan er hem van terughouden.

In de tweede plaats, dat zulk niet-weerstaan op een ontbinding van de samenleving zou uitloopen, want zoolang er althans in haar nog menschen gevonden worden, die onrecht doen, zouden dezen vrij spel hebben en de geweldenarij ieder oogenblik triumfeeren over het recht.

Sluiten