Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN 'S HEEREN ORDINANTIËN.

het Sanhedrin stond en zijn rechter zich zoover vergat, dat hij hem op den mond liet slaan, tegen dit onrecht nadrukkelijk geprotesteerd. (Hand. 23 : 3.)^ Ja, toen de hoofdmannen te Filippi Paulus en Silas onveroordeeld in het openbaar gegeeseld en in de gevangenis hadden laten werpen en ze den volgenden morgen heimelijk weer wilden loslaten, heeft Paulus nadrukkelijk voor zich en Silas, als openlijke genoegdoening voor dit onrecht, geëischt, dat de hoofdmannen zeiven moesten komen en hun uitgeleide doen. (Handelingen 16:37.)

En zoo blijkt dan vóór alles uit het eigen doen des Heeren, en in de tweede plaats uit dat van Paulus, dat niet-weerstaan van het onrecht, hetwelk anderen ons aandoen, geen altijd en overal geldende plicht kan zijn, en dat zij, die dat als een onvoorwaardelijken plicht voorstellen, mitsdien dwalen. Voegen wij er echter onverwijld aan toe, dat met het oog op Jezus' woord uit de bergrede zeker niet minder zij dwalen, die het voorstellen, alsof een Christen tot het vervullen van dezen plicht nooit en nergens verbonden zou wezen.

Zien wij nu verder op de omstandigheden, waarin èn Jezus èn Paulus handelden, toen zij het onrecht, hun aangedaan, metterdaad hebben weerstaan, dan zal ons dit tot een juiste oplossing van het probleem althans nader kunnen brengen.

Geen Christen zal ontkennen, dat in de heilige ziel van Jezus van nature een liefde voor de menschen was, die alle dingen kon verdragen, kon dulden. Wanneer Hij dus voor het Sanhedrin tegenover den priesterknecht, die Hem een kinnebakslag geeft, tegenover Israëls oversten, die daarbij toezien, deze gezindheid niet toont, dit onrecht niet verdraagt, moet daar een bijzondere reden voor zijn geweest; moet dit weerstaan de vrucht zijn geweest van bepaalde overwegingen.

En zoo ook zal geen Christen ontkennen, dat in de, zij het ook van nature zondige ziel van Paulus, door genade de liefde was, die alle dingen verdraagt en er dus ook voor hem bijzondere overwegingen moeten zijn geweest, waarom hij, èn te Jeruzalem voor het Sanhedrin èn te Filippi tegenover de „Tweemannen", deze gezindheid niet toont.

En dan kunnen die redenen, die overwegingen, bij Jezus en bij Paulus niet anders zijn geweest dan dat, in de omstandigheden waarin zij toen verkeerden, het niet-weerstaan metterdaad èn het onrecht-doen zou hebben gesterkt èn tot ontbinding der maatschappij zou hebben geleid.

Tegenover een zoo brute natuur als bij dien priesterknecht uit de lijdensgeschiedenis, zou het verkeerd hebben gewerkt, indien Jezus _hem ook de andere wang had toegekeerd. Dezen mensch ontbrak het aan de fijnheid van gevoel, noodig om zich bij zulk een betooning van duldende liefde te bezinnen. De liefde eischte, te trachten althans, hem door een woord van verzet tot zelfveroordeeling te brengen.

En er was meer.

Wanneer een rechter zich zoover vergeten zou, om, als de hoogepriester in het proces van Jezus, er zich niets van aan te trekken, dat

Sluiten