Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE KUISCHHEID. — HET HUWELIJK IN DE MOZAÏSCHE WET.

de zooeven besproken conniventie of oogluiking voor de onkuiscliheid van den man bij strengheid voor die der vrouw een gevolg van was. En wanneer men dan rekening houdt met het paedagogisch of opvoedend karakter der lsraelietische wetgeving, zal men wat eerst vreemd voorkwam al beter verstaan, en dit te eerder, wanneer — gelijk wij straks zullen aanwijzen — blijkt, dat de lsraelietische wetgeving, wel verre van de scheppingsordinantie der monogamie te herroepen, deze ordinantie, zoo door don geest welke haar bezielt, als door de beperkingen, die zij aan de polygamie stelt, veeleer bedoelt. Zonder toch de polygamie en de polygenie goed te keuren, heeft de Wet met haar bestaan rekening gehouden, en wel ten einde hare gevolgen te temperen.

De tegenwoordige evolutie-leer, die van de onderstelling uitgaat, dat de mensch zich allengs uit het dief heeft ontwikkeld, weet ook te verhalen van de „evolutie van het huwelijk". Het monogame huwelijk of de echt van één man en één vrouw zou niet het oorspronkelijke zijn geweest, maar eerst de vrucht van een eeuwenlange ontwikkeling. Do tot menschen geworden dieren zouden, zoo beweren althans sommige evolutionisten, aanvankelijk geleefd hebben in een toestand van z.g. promiscuïteit — een woord van het Latijnsche promiscue = „gemengd, door elkander" —, wat dan zeggen wil: algeheele geslachtelijke ongebondenheid, zonder duurzame verbintenissen en zonder dat er eenig verbod is om zich zelfs met bloedverwanten te verbinden. Hieruit zou zich dan ontwikkeld hebben een eenigszins minder losse verbintenis tusschen één man en vele vrouwen, de z.g. polygenie — van gyne = „vrouw" —, en ook die tusschen één vrouw en vele mannen: de polyandrie — van a?ier = „man" ; daaruit dan weer de polygamie of de vaste en echtelijke verbintenis tusschen één man en meerdere vrouwen, en ten slotte, en voor dézen overgang wijst men op het Oostersche spreekwoord: „Veel vrouwen, veel kosten en veel ergernis" — de monogamie of de echt van één man met één vrouw.

Voor deze „evolutie van het huwelijk" beroept men zich nu op wat de schrijvers der oudheid en de reizigers, die een studie hebben gemaakt van de z.g. natuurvolkeren, ons van de geslachtelijke verhoudingen der menschen mededeelen. Wat nu deze gegevens betreft, kan niet ontkend, dat er zulke verhoudingen, zelfs zoo onmenschvvaardige als de „promiscuïteit", waarvoor men zich op den Griekschen historieschrijver Herodotus kan beroepen, metterdaad hier en daar onder de menschen bestaan hebben en nog bestaan; maar iets anders is,^ deze gegevens als bewijsmateriaal te doen gelden voor de „evolutie" van het huwelijk. De evolutie, waarover wij in het Inleidend Deel van dit werk over 's Heeren ordinantiën uitvoerig hebben gehandeld, is niet dan een hypothese, een onderstelling, waarvan hare voorstanders echter een dogma hebben gemaakt, van waaruit dan wereld en leven moeten

Sluiten