Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN 'S HEK REN ORDINANTIËN.

III.

BUITEN-ECHTELIJKE EN ECHTELIJKE KUISCHHEID.

Of weet gij niet, dat ulieder lichaam een tempel is van den Heiligen Geest, die in u is, dien gij van God hebt, en dat gij uws zelfs niet zijt ?

I Corinthe f> : 19.

Wanneer in een zondaar uit het, door den Heiligen Geest in zijn ziel gewrocht, geloof de heilige liefde weer opbloeit, eerst dan wordt de Wet hem, als de wil van zijn God, tot een lust en heeft hij een ernstig voornemen om niet alleen naar sommige, maar naar al de geboden Gods te leven.

Ook naar het zevende gebod.

Hij wil dan ook kuisch zijn en kuisch handelen.

Aan reinheid op het gebied van het sexueele leven heeft hij dan lust.

Deze reinheid of kuischheid is een onderdeel van de deugd der matigheid of matiging, welke deugd men gewoonlijk als zelfoeneerschtng aanduidt, en waarvan, gelijk wij zagen, ook gesproken wordt in litus 1 : 8, op welke plaats zij van den opziener in de gemeente geëischt wordt.

In den ruimsten zin is deze matigheid of zelfbeheersching des menschen . een zich houden binnen de zedelijke grenzen; een niet overschrijden van die grenzen. Aan het menschelijk handelen toch zijn perken gesteld, ordinantiën des Heeren, die 'n mensch wel kan, maar niet mag overtreden.

En zoo is dan de zelfbeheersching een onderwerpen van alle onze-

w-m Seerten onder het gebod der onvoorwaardelijke gehoorzaamheid.

Wijl nu de mensch een geestelijk-zinnelijk wezen is, zit hierin tweeërlei

Zijn ziel moet heerschen over zijn lichaam, opdat hij met ziel en lichaam God als zijn Heere diene.

Toegepast op het sexueele leven, op de geslachtsdrift, waarover het hier bij het zevende gebod gaat, openbaart zich deze zelfbeheersching als eerbaarheid, zedigheid, kuischheid; streng genomen slechts als de eerste twee, want in de eerbaarheid en de zedigheid toont zich de gezindheid der kuischheid; der kuischheid als de verzedelijking van de natuurdrift of het brengen van haar onder de macht, de heerschappii van den goeden wil.

De hooge waarde van deze deugd der kuischheid voor het sociale leven komt ook hierin uit, dat men in de taal van het dagelijksch verkeer van haar spreekt als van de zedelijkheid.

Zoo noemt men ook het barmhartigheid oefenen het wéldoen.

Sluiten