Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN 'SHEEREN ORDINANTIËN.

Zeer juist merkt dan ook Calvijn in zijn verklaring' van het achtste gebod op, dat ook hier, naar den regel der Christelijke liefde, gelden moet, dat aan ieder zijn recht ongeschonden moet verblijven en dat niemand aan een ander doen mag wat hij niet wil, dat hèm gedaan worde.

Dit laatste is de, ook vroeger bij de behandeling der geboden door ons vermelde, z.g. gulden regel of „de wet der wederkeerigheid", uitgesproken ook in het bekende woord van den Heiland: „Alle dingen dan, die gij wilt, dat u de menschen zouden doen, doet gij hun ook alzoo: want dat is de Wet en de Profeten." (Matth. 7 : 12.)

Calvijn past dit algemeen zedelijk beginsel toe op de verhouding tot het goed van den naaste, en onze Heidelberger doet dit evenzoo in zijn antwoord op de iii<fe vraag: „dat ik mijns naasten nut, waar ik kan en mag, bevordere; met hem alzoo handcle, als ik milde, dat men met mij' handelde."

Is alzoo verbode?i alle nalatigheid of onverschilligheid tegenover het goed van den naaste, naar den anderen regel bij de uitlegging der rien geboden, dat in het verbod het gebod ligt, is geboden, den naaste in het behouden van zijn goed behulpzaam te wezen.

Maar het gebod gaat, geestelijk verstaan, nóg dieper.

Het heeft niet alleen een sociale beteekenis, d. w. z. eene voor het saamleven met onze medemenschen, maar ook een individueele.

Het gaat ook over ons eigen goed.

.yoor uw e'£en goed zijt gij gebonden aan 's Heeren ordinantie.

Gij zijt er Hem, Wiens de aarde is, mitsgaders hare volheid (Ps. 24 : 1), rekenschap voor schuldig.

Gij moogt er niet alles mee doen, wat gij wilt.

Gij moogt het niet misbruiken.

Vanda;ir, ^ dat vrekheid, waarbij gij het genieten ten offer brengt aan het bezitten, evenzeer als verkwisten, waarbij gij het bezitten ten offer brengt aan het genieten, zonde is; zonde voor God.

En eindelijk, wijl arbeid een der middelen is tot rechtmatig verwer%7cn van goed, ligt in dit gebod ook de plicht tot arbeiden; tot arbeiden in uw beroep, uw heilig beroep.

Spraken wij zooeven van verwerven van goed, onder goed of onder 'n goed staan wij, in onderscheiding van het goede, dat altijd een eigenschap van iets aanduidt, — alles wat waarde voor ons, menschen, heeft. Het verschil zal nog duidelijker uitkomen, wanneer wij ons herinneren, hoe tegenover het goede — het slechte; tegenover 'n goed— kwaad staat.

Zoo staat ook tegenover het hoogste goed — het hoogste kwaad.

Goed, in tegenstelling met slecht, is al wat is of werkt zooals het moet zijn of werken, om te beantwoorden aan datgene, waartoe het

Sluiten