Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE EIGENDOM. — COMMUNISME EN SOCIALISME.

gemeenschappelijken eigendom aan te duiden met den naam van socialisten, zooals ook wel wordt gedaan, is, zooals wij straks zullen zien, min juist en verdient daarom geen aanbeveling.

Het ligt buiten ons bestek, hier zelfs maar een kort overzicht te geven van de geschiedenis van het communisme. Daarom zij slechts aangestipt, hoe het communisme reeds 'n dertien eeuwen vóór Christus op het eiland Kreta was ingevoerd en dat naar dit voorbeeld Lycurgus zijn Spartaanschen staat inrichtte. Het vond ook zijn voorstander in niemand minder dan den grooten wijsgeer Plato, die — wel een bewijs, dat communisme en democratie op zich zelf niets met elkander te maken hebben, — in zijn ideaal-staat de gemeenschap van goederen alleen voor de hoogste standen wilde. Voor den derden stand achtte hij geen regeling noodig.

Ook in de eerste Christelijke gemeente te Jeruzalem bestond communisme. Wij lezen in Handelingen 2: 44 en 45: „En allen, die geloofden, waren bijeen en hadden alle dingen gemeen. En zij verkochten hunne goederen en have, en verdeelden dezelve aan allen, naar dat elk van noode had"; in Handelingen 4:32: „En de menigte van degenen, die geloofden, was één hart en ééne ziel; en niemand zeide, dat iets van hetgeen hij had zijn eigen ware, maar alle dingen waren hun gemeen." In vs. 34 en 35 wordt ons dan nog verder verhaald: dat er niemand onder hen was, die gebrek had: want zoovelen als er bezitters waren van landen of huizen, die verkochten zij, en brachten den prijs der verkochte goederen, en leiden dien aan de voeten der Apostelen, en aan een iegelijk werd uitgedeeld, naar dat elk van noode had.

Met name worden genoemd uit deze categorie van menschen : Joses Barnabas, die zijn akker verkocht en bracht het geld, en legde het aan de voeten der Apöstelen (vs. 36 en 37); en Ananias met zijne vrouw Saffira, die verkocht eene have en onttrok van den prijs, ook met medeweten zijner vrouw; en bracht een zeker deel en legde dat aan de voeten der Apostelen (h. 5 : 1 en 2).

Uit het woord nu van Petrus tot Ananias: „Zoo het gebleven ware, bleef het niet uwe ? en verkocht zijnde, was het niet in uwe macht?" (vs. 4), blijkt echter, dat dit communisme der Jeruzalemsche moedergemeente het karakter van vrijwilligheid droeg. Ananias had over zijn bezitting de vrije beschikking, hij kon haar verkoopen of behouden, en evenzoo behield hij zijn eigendomsrecht op den prijs, waarvoor hij haar verkocht had; van dwang was geen sprake, evenmin als van „afschaffing van den individueelen eigendom". Het bekende strafgericht, over hèm en zijne vrouw voltrokken, had dan ook zijn grond hierin, dat zij het wilden doen voorkomen, alsof zij al wat hun bezitting had opgebracht, aan de voeten der Apostelen legden.

Verder vinden wij het communisme bij sommige sekten in de middeneeuwen, en in de dagen der Reformatie onder de Wederdoopers te Munster, waar de privaat-eigendom metterdaad afgeschaft was.

Sluiten