Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN 'S HEEREN ORDINANTIËN.

V.

DE THEORIE VAN DE MEERWAARDE.

Wordt niet omgevoerd met verscheidene en vreemde leeringen.

Hebreen 13 : 9a.

In verband met den eigendom, gaven wij in het vorige hoofdstuk een beschrijving van het Communisme en gedeeltelijk ook van het hedendaagsche Socialisme of Marxisme.

Wij vonden toen, dat het laatste, als stelsel, berust èn op materialistische opvatting van de geschiedenis èn op de theorie van de meerwaarde, „de twee groote ontdekkingen van Marx".

Alvorens nu in een volgend hoofdstuk een beoordeeling zoo van het Communisme als van het hedendaagsche Socialisme te geven, dient eerst nog, na de reeds gegeven beschrijving van de materialistische opvatting der geschiedenis, in dit hoofdstuk een beschrijving van de theorie der meerwaarde te worden gegeven.

Eerst dan alzoo Marx' theorie van de meerwaarde, zooals hij die in zijn hoofdwerk, Het Kapitaal, heeft ontwikkeld.

Wie waren tegen waren omzet, maakt, zonder meer, nog geen winst, want de waarde van wat men geeft, moet bij den ruil gelijk zijn aan die van wat men ontvangt. Dit gaat eveneens door, wanneer men niet waren tegen waren ruilt, maar voor geld een waar koopt en er dus b.v. in zilver voor geeft de waarde die zij geldt, om straks deze dus gekochte waar weer te verkoopen voor geld. Ook zoo toch blijft het altijd een gelijke vergelding. Ook zoo krijgt men met zijn koopen en verkoopen geen meerdere waarde, geen „meerwaarde".

Bij de tegenwoordige inrichting der maatschappij nu is ook de arbeidskracht van den werkman een waar, een koopwaar, die hij aan den ondernemer, den werkgever, den „kapitalist", verkoopt. Wil toch de arbeider, die niets bezit dan de arbeidskracht zijner handen; die geen middelen bezit om te produceeren of voort te brengen, geen land, geen grond en bodem, geen grondstoffen, geen werktuigen, geen machines, — niet verhongeren, dan moet hij wel aan den eigenaar dezer productie-middelen verkoopen zijn arbeidskracht — als een „waar", een handelsartikel.

Op het voetspoor nu van anderen onderscheidt ook Marx tweeërlei waarde, en wel de gebruikswaarde en de ruilwaarde, die de waren, de goederen, nemen wij b.v. brood of olie, hebben.

Onder de gebruiksei aarde van brood verstaat men dan de waarde, die het voor den mensch als voedsel; onder die van de olie, de waarde die zij voor den mensgh b.v. als verlichtingsmiddel heeft.

Sluiten