Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE EIGENDOM. — BEOORDEELING VAN HET SOCIALISME.

gevolgen uit haar gronden, als werkingen uit haar oorzaken, te verklaren ; daarvoor is zij toch „wijsgeerig" in den zin van „wetenschappelijk". Voor een deel is dit dan ook, wat men bedoelt met de uitdrukking pragmatische geschiedbeschrijving. Het woord, dat van het Grieksche pragma, van prattetn = „doen", „handelen", komt, werd in deze samenkoppeling het eerst gebruikt door den Griekschen geschiedschrijver Polybius, inde 2de eeuw v. Chr., toen hij van pragmatike historia sprak. Wel bedoelde hij met die uitdrukking iets anders dan wat men thans onder „pragmatische geschiedenis" verstaat, maar metterdaad gaf hij in zijn werk niet slechts wat hij met die uitdrukking pragmatike historia bedoelde: „de , praxeis, de handelingen, de verrichtingen of bedrijven van volken, staten en heerschers", maar hij trachtte die handelingen ook uit haar oorzaken te verklaren, iets wat alle wetenschappelijke geschiedbeschrijving eigen is. Vandaar, dat juist voor deze wijze van geschiedbeschrijving de naam pragmatische in gebruik kwam.

Xu is echter dit verklarend element slechts een deel van wat eigenlijk pragmatische geschiedbeschrijving bedoelt.

Er komt nog iets bij.

Overtuigd, dat dezelfde oorzaken altijd dezelfde gevolgen zullen hebben, houdt de pragmatische geschiedbeschrijving het verleden als navolgenswaardig of ook als waarschuwend voorbeeld aan heden en toekomst voor.

Dit is weer het karakteristieke der pragmatische geschiedenis in onderscheiding van alle andere wijsgeerige geschiedenis. „De geschiedenis leert" is, om ons dit Germanisme te veroorloven, een „slagwoord" van deze soort historieschrijvers.

Over dat „de geschiedenis leert" zijn behartigenswaardige opmerkingen gemaakt, die althans tot zekere voorzichtigheid kunnen leiden.

Het is toch, om iets te noemen, niet altijd waar, dat een oorzaak, die in het verleden een bepaalde werking heeft gehad, die werking ook in de toekomst zal hebben ; de tijden veranderen, en er kunnen later tegenwerkende oorzaken in het spel zijn gekomen, die vroeger ontbraken. Dan, hoe dit zij, der materialistische opvatting der geschiedenis, die wij reeds als wijsgeerige geschiedenis hebben leeren kennen, is ook, en dat in zeer bepaalden zin, pragmatische geschiedenis. Zij toch wil het verleden tot leermeester stellen aan heden en toekomst, en uitdrukkingen als „een beroep op de historie" en „de geschiedenis leert zijn niet alleen geijkte termen van den socialistischen propagandist, maar ook van den socialistischen historicus.

Doch wijsgeerige geschiedenis verschilt ook nog in ander opzicht, dan dat zij al of niet in enger en bepaalden zin pragmatisch is, m. a. w. dan dat zij al of niet de feiten, de gebeurtenissen van het verleden toepast op heden en toekomst. Het verschil, dat wij hier, in verband met de materialistische opvatting der geschiedenis, op het oog hebben, raakt dat tusschen — men late zich door dit vreemde woord,

Sluiten