Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE EIGENDOM. — BEOORDEELING VAN HET SOCIALISME.

„dat het materialisme te veel weet". Zijn brute ontkenningen toch dragen allerminst het kenmerk van noodzakelijkheid en algemeenheid.

Desniettemin telt dit materialisme onder de arbeiders duizenden en duizenden aanhangers. Door Marx is het de wereldbeschouwing der Sociaal-democratie geworden. Vijandig aan alle religie, staat daarom ook de Sociaal-democratie vijandig tegenover de Christelijke religie. De Christelijke leer van het Paradijs en den val; van zonde en schuld; van de verlossing door Jezus Christus; van hel en hemel, is der Sociaal-democratie een dwaasheid en een ergernis. Van den breeden akker der sociaal-democratische literatuur zijn de God tergende, de Christus en Christendom verguizende en bespottende uitdrukkingen als bundels distelen te garen.

Als streven naar een verklaring van, als theorie over de wereld, is ook het materialisme 'n philosophie zoo goed als de beste. En een materialist, die zich met geschiedenis inlaat, zal, krachtens zijn wijsbegeerte der geschiedenis, de geschiedenis dan ook niet anders opvatten dan in materialistischen zin; geschiedbeschrijving naar deze opvatting zal voor hem de eenige wijsgeerige, in den zin van wetenschappelijke, geschiedenis zijn.

En zoo moest dan ook Marx, toen hij, onder den invloed van Feuerbach, eenmaal materialist was geworden, wel tot zijn eene „groote .ontdekking": de materialistische opvatting van de geschiedenis,tornen.

Dat bij hèm deze materialistische opvatting van de geschiedenis nog weer een eigenaardig karakter droeg, alzoo onderscheiden van de wijze, waarop andere materialisten de geschiedenis in materialistischen zin opvatten en hebben opgevat; dat naar zijn materialistische opvatting alle richtingen in gedachten- en gemoedsleven, zoo al niet uitsluitend, dan toch in laatste instantie, bepaald worden door de oeconomische structuur of den bouw der maatschappij; dat naar zijn opvatting de maatschappelijke, staatkundige en geestelijke ontwikkeling, zoo al niet uitsluitend, dan toch in laatste instantie, afhankelijk is van de verandering der oeconomische verhoudingen, der productie of voortbrenging van het stoffelijk goed en der wijzen waarop geproduceerd wordt, — dit eigenaardig karakter zijner materialistische opvatting van de geschiedenis hangt saam met de omstandigheid, dat zijn studie zich al spoedig gericht had op de oeconomie; dat boven alles de maatschappelijke vraagstukken hem bezighielden.

Bij dit oeconomisch karakter, dat Marx' materialistische opvatting van de geschiedenis draagt, komt echter nog een andere eigenaardigheid, waarop, om haar volledig te doen begrijpen, ten slotte nog dient gewezen.

Ter aanprijzing van de materialistische opvatting der geschiedenis als de eenig ware, moge Engels, de vriend van Marx, al hebben

Sluiten