Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN 'S HEEREN ORDINANTIËN.

Wijl nu Marx' theorie met déze leer op het innigst saamhanet er

hSXpHUWf e" Gr ua'ZO° mee Staat °.f valt ^1 men verstaan, hoè de • , °. ._ °nJulstheid van de theorie der meerwaarde afhankeliik

\ Van juistheid of de onjuistheid van de waardeleer, volgens welke

Wli°nhethg T, allG Z°U Zijn de arbdd van den mensch

Uij hebben thans, om tot een beoordeeling van de theorie der

te k°men' J—< ™ deze «Xt

me^spreektheefhiJH ho£fdwerk : Het Kapitaal,™ waardei onder

Wii hebhl'n tïh J a J S °P het °°S de ruilwaarde.

en rSgei^ geZie^ hOC hij onderscheidt tusschen

onafhankehtk hondt ™/waardeKen ^ V°°r ^eheel van elkander onafhankelijk houdt. De eerste bestaat in de nuttigheid van een dine-

tot bevrediging van menschelijke behoeften; de tweede de ruilwiarde

js de verhouding, waarin de waren moeten staan oTtegen elZZ te

^eeft^is^ " TS' Wat nU waarde- ruilwaarde aan de dingen mf„ns.che5Jke arbeid, die er in vervat is; als het ware in „gekristalliseerd is; die er de „waardevormende substantie" van is

Een voorbeeld, ontleend aan een der beste kenners van de Marxistische theorie, moge dit verduidelijken.

Wanneer in den handel twintig el linnen tegen een kleed of teren

verschillend Hm 2^ « de gebruiksei* ?e"r

\ erschillend Het linnen kan men gebruiken om er allerlei eoed van

LZ 1 klei °m Z,;ch te dekken' wijn om op te drinken —

maar als waren, als ruilwaarden, zijn zij gelijkwaardig. En dat wel

omdat en m dat stuk linnen èn in dat kleed èn in dien wTjn dezelfde

hoeveelheid rnenscheltjke arbeid vervat is. Want wel verschilt de

arbeid van den wever met dien van den kleermaker en van den

\\ ijnbereider, _ maar het is bij alle drie toch menschelijke arbeid.

vqI1te^"cM.arx' onderscheiding nu van gebruikswaarde en ruilwaarde 22 v£r ChrZTerf ? i" 7*°"? juist' en reeds Aristoteles die schrijft deze wijsgeer, fs" twe^riei gebruik TmSn ^een'ïïn^ulk

Zrdf^ebr'ufk g m ee" aan zulk

doe?" öSfhHCn hu' kan me" gebruiken- óf door hem aan zijn voet te doen, of door hem voor iets anders te ruilen. Het eerste té dan het aan schoenen eigenaardig gebruik: men trekt ze aan zijn voeten en daarvoor kan men alleen schoenen gebruiken; het tweede echter hebben schoenen b.v. met levensmiddelen gemeen men kan ze ruilen voor andere dingen, en dat is dan het niet-eigenaardig of algemeen gebruik, dat wat ze met andere gemeen hebbel gemeen

Sluiten