Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE EIGENDOM — ZONDIGEN IN BETREKKING TOT ONS EIGENDOM.

deeld. En of zulk een loterij van particulieren dan wel van den Staat uitgaat, maakt zedelijk geen verschil; terwijl het argument voor de Staatsloterij, dat de burgers bij haar op voor hen minder gevaarlijke wijze aan hun zucht tot spelen kunnen voldoen dan bij „vreemde" loterijen, al zeer zwak is. Het ligt toch allerminst op den weg van den Staat, zijn burgers in de gelegenheid te stellen zoo veilig mogelijk te zondigen.

Verder behoort tot de „gelukspelen" ook het beursspel, het „spelen op de beurs"; wel te onderscheiden van het speculeeren in ruimer zin. Onder het laatste toch is niet anders te verstaan, dan de voorzichtige berekening en benuttiging van de omstandigheid, waardoor de verhouding van vraag en aanbod, alzoo de prijs van een waar, bepaald en veranderd wordt. Zulk speculeeren is een wezenlijk bestanddeel van den handel, en tegen dit zinnen op winst door den koopman is, mits het binnen zekere grenzen blijve, dan ook zedelijk geen bezwaar. Anders staat het echter met het speculeeren in enger zin, wat de Duitschers „Differenzgeschaft" en wij „beursspel" noemen. Zulk een beursspel nu grijpt plaats, wanneer partijen niet de bedoeling hebben te koopen en te verkoopen, doch slechts overeenkomen, dat de een den ander zal schuldig zijn hetgeen de koers van een bepaalde zaak op een overeen te komen tijdstip zal zijn gerezen, of van den ander zal hebben te vorderen het bedrag, dat die koers is gedaald. Wijl hier de „levering", het wezenlijke van den koop, is uitgesloten, is het metterdaad spel; een spel, dat niet alleen met geldswaarden of effecten, maar met alle waren — b.v. graan en olie, — waarvan de prijs aan fluctuatie, aan golving, onderhevig is, wordt gespeeld; een spel, dat, wijl de afloop er van aan het toeval hangt, metterdaad een „gelukspel" is, of, wat op hetzelfde neerkomt, een ongeoorloofde weddenschap.

Het verschil toch tusschen spel en weddenschap is uiterst gering en daarom schier niet te bepalen.

Gewoonlijk zoekt men het verschil hierin, dat bij spel een handeling van beide partijen plaats heeft, en bij weddenschap geen der partijen een handeling verricht, doch den loop der gebeurtenissen afwacht. Maar dit verschil is vrij gering, en als een voorbeeld, hoe daarbij spel en weddenschap in elkaar vloeien, wijst men dan ook op het „slakkencontract". Twee Engelschen hadden de overeenkomst gesloten, dat de een van den ander een som gelds zou ontvangen, al naar een van de twee slakken, die tegenover elkaar op het einde van een tafel kropen, het eerst het tegenovergestelde einde zou hebben bereikt. Was dit nu „spel" of „weddenschap" ? Gaat het bovengenoemde specifieke verschil door, dan is het „spel", als de beide Engelschen ieder hun slak op de tafel hebben gezet; dan toch was er een handeling van beide partijen; en het is „weddenschap", als de slakken reeds op de tafel waren;

Sluiten