Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN 'S HEEREN ORDINANTIËN.

Anders uitgedrukt, daar is een verborgen terrein van het leven des harten, als ge zoo wilt, het terrein van het zedelijke, waar de Overheid met haar recht en wet geen zeggenschap heeft, en daar is een publiek terrein van de in het zichtbare vallende handelingen, als ge zoo wilt, het terrein van het juridische, waar de Overheid met haar positieve recht en wet macht heeft. Op dit laatste, het publiek terrein, is dan echter nog weer een gebied, waar het handelen, het slechte handelen, om ongestraft te blijven, om niet door het strafrecht der Overheid te worden getroffen, zoo bedekt mogelijk optreedt.

Te recht zegt dan ook Arthur Schopenhauer: „Op de schouwplaats der tijdelijke gerechtigheid wordt meer onrecht gedaan dan geboet, op die der eeuwige juist zooveel onrecht geboet als gedaan."

Er is alzoo een drieërlei stelen.

Ten eerste datgene, wat alleen en uitsluitend in zedelijk opzicht stelen kan heeten: het zich bezondigen aan vreemd eigendom, dat slechts bij willen blijft, maar voor God reeds strafbaar is.

Dan een stelen, dat zich ook in handelingen omzet, en dus èn voor God èn voor de Overheid, die de tijdelijke gerechtigheid op aarde heeft te handhaven, strafbaar is, en daarom een stelen in juridischen zin kan heeten.

En dit laatste stelen is dan weer óf zoo apert, zoo blijkbaar, dat het voor de Overheid merkbaar is, óf zoo bedekt, dat het aan haar waakzaam oog ontsnapt.

Dit bedektelijk stelen bedoelt onze Heidelberger, wanneer hij in antwoord 110 spreekt van „alle booze stukken en aanslagen, waarmede wij onzes naasten goed denken ons aan te brengen". Slaat men nu de Latijnsche uitgave van den Catechismus op, dan zien wij, dat de hier door ons gecursiveerde woorden een vertaling zijn van: quiequid est malarum artium et aucupiorum. Wij verstaan dan, dat met de „booze stukken" de „malae artes" of de „slechte kunstgrepen" zijn bedoeld, en met de „aanslagen" de „aucupia".

Dit laatste eischt eenige toelichting.

Het woord aueupium, waarvan „aucupia" het meervoud is, komt van avis = „vogel" en van eapio = „met de hand nemen, grijpen, vatten, pakken". Aueupium is dus letterlijk „vogelvangst" en overdrachtelijk het „jagen naar, het loeren op iets".

Wij hebben dus bij „de booze stukken en aanslagen" van onzen Heidelberger te denken aan al die listen en streken en bedriegerijen, aan al dat verschalken en dat er laten invliegen, waarmee men het goed van den naaste aan zich tracht te brengen, zonder onder de strafwet te vallen.

Opmerking verdient echter, dat de grens tusschen openlijk en verborgen stelen lang niet scherp is. Veel toch, wat de Catechismus als

Sluiten