Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

do niet regeerende Koningin, den troonopvolger, een lid van het Koninklijk huis of het hoofd van eenen bevrienden staat, die niet mot voorbedachten rade ondernomen is maar wel den dood ten gevolge heeft, d. i. dus doodslag op de daar genoemde personen, met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke Van ten hoogste 20 jaren gestraft. Moest nu aangenomen worden dat art. 92 voorbedachten raad onderstelt en dus enkel moord op den Koning, de regeerende Koningin of den Regent l>etreft, dan zou doodslag op hen volgens art. 287 slechts met gevangenisstraf van 15 jaren strafbaar zijn, hetzelfde misdrijf tegen den Koning gepleegd dus lichter gestraft worden dan wanneer het gepleegd is tegen een lid van het Koninklijk huis of togen het hoofd van eenen bevrienden staat.

Uit de Memorie van toelichting op dezen titel blijkt trouwens dat men voor den mot zeker oogmerk ondernomenen aanslag geenen voorbedachten raad heeft willen vorderen. „Reeds de minste dezer aanslagen „is voor de veiligheid van den staat zóó gevaarlijk dat de bedreiging „der zwaarste straf geregtvaardigd is. De afzonderlijke vermelding van „moord en poging tot moord in art. 80 van het duitsche wetboek heeft „eene bijzondere reden die hier niet bestaat, namelijk het behoud van „de doodstraf in dat wetboek voor moord tegen wien ook gepleegd." En deze aanslagen, de aanslagen ondernomen met het oogmerk om den Koning enz. van het leven of do vrijheid te berooven, worden daar genoemd zooals de wet zelve ze in art. 108 en 115 noemt: aanslagen op het leven of de vrijheid.

De uitdrukking „met het oogmerk om" doet in de tweede plaats denken aan een formeel misdrijf, eene handeling, waarvan niet de uitslag', het gevolg, maar hot bijzondere oogmerk de strafbaarheid bepaalt. Zoodanig misdrijf is hier echter niet bedoeld. Aanslag op zich zelf toch is niets: hij vormt een deel van het beoogde, hetzij dit tot voltooiing gekomen of onvoltooid gebleven is. Dit blijkt uit art. 70, volgens hetwelk aanslag bestaat zoodra, maar dan ook niet eerder dan wanneer eene strafbare poging tot het voorgenoinone feit aanwezig is (zie aanteekening 1 op art. 70). Niet eene handeling die slechts tot voorbereiding kan strekken, maar het door een begin van uitvoering geopenbaarde voornemen tot het bewerken van den bedoelden uitslag (het voorgenomone feit) is hot minimum-vereischte voor aanslag'.

Hoe kwam men dan aan de dubbelzinnige, althans onduidelijke, uitdrukking? Waarschijnlijk door den wensch om specificatie te vermijden en misdrijven van gelijk gewicht onder eenen algemeenen term to vereenigen. Kon men spreken van eenen aanslag op het leven, op ,1e vrijheid, het was reeds moeielijker te gewagen van aanslag op des Konings geschiktheid tot regeeren. en geheel ondoenlijk zonder omschrijving in do wet te stellen: aanslag op het in zijn geheel blijven

Sluiten