Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid 1 >Lj welke dienst genomen wordt. Dit laatste staat niet duidelijk en met zoovele woorden in de wet uitgedrukt, maar ligt in haar opgesloten , daar zelfs in geval van uitgebrokenen oorlog het dienst nemen bij eene mogendheid, welke niet bij dien oorlog betrokken is, niet strafbaar is gesteld.

2. In het vooruitzicht van eenen oorlog handelt niet hij bij wien dat vooruitzicht niet bestaat, ook al wordt in meer of minder beperkten kring de oorlog voorzien. Hij zelf moet hem hebben voorzien, de waarschijnlijkheid er van hebben bevroed. Deze beperkte opvatting ligt in de geheele strekking van het artikel en volgt uit de samenkoppeling van de hier bedoelde woorden met „wetende dat deze met Nederland in oorlog is", waarin het vereischte van persoonlijke bekendheid op den voorgrond treedt. Ook al was het bestaan van den oorlog algemeen bekend, hij die er zich niet van bewust is kan niet de trouwelooze, vijandige handeling plegen waarin de Memorie van toelichting het kenmerk van dit misdrijf ziet. De Memorie is dan ook met zich zelve in strijd daar zij op eene andere plaats enkel spreekt van het geval dat een oorlog is te voorzien, althans indien daarmede bedoeld is: in het algemeen te voorzien!).

Dat het vereischte van volgen van den oorlog hier gesteld is, moet blijkbaar daaraan worden toegeschreven dat bij het uitblijven van oorlog het nadeel voor den staat ook uitblijft; het zedelijke element wordt er toch niet door gewijzigd.

3. Onder oorlog met Nederland is ook begepen de oorlog die meer in het bijzonder de koloniën aangaat, daar deze niet zelfstandig oorlog kunnen voeren; Nederland is overigens een naam die niet het geheele rijk omvat -).

4. De dader van het misdrijf is de Nederlander die vrijwillig in krijgsdienst treedt.

Nu staat met den Nederlander naar de staatkundige wet volgens art. 83 gelijk ieder wiens uitlevering is verboden, d. i. hij die slechts Nederlander is naar de bepalingen van het burgerlijk wetboek die bij de invoering van het wetboek nog golden.

Het artikel is dus naar art. 83 ook toepasselijk op sommigen die

1) Polenaar en Heemskerk, aanteekening 7.

2) Vgl. de Memorie van toelichting op het Wetboek van strafrecht voor de Europeanen in N'ederlandsch Inilië ad art. 115 en het wijzigingsontwerp van den Minister Cort van der Linden (1900).

Sluiten