Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt, en op eene derde plaats van de Koningin zonder meer, kan het wel niet twijfelachtig zijn of onder de laatste uitdrukking zijn beide Koninginnen begrepen.

6. Yoor de bijkomende straf zie art. 114.

Artikel 110.

Elke feitelijke aanranding van den persoon van den troonopvolger, van een lid van het koninklijk huis, of van den Regent, die niet valt in eene zwaardere strafbepaling, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.

1. Zie de aanteekeningen 1—4 op art. 109; troonopvolger, aanteekening 3 op art. 108; lid van het Koninklijk huis, aanteekening 4 op art. 108; Regent, aanteekening 10 en 11 op art. 92.

2. Yoor de bijkomende straf zie art. 114.

Artikel 111.

Opzettelijke beleediging den Koning ut' der Koningin aangedaan, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.

1. Blijkens de Memorie van toelichting heeft de wetgever in dit en het volgende artikel onder de enkele benaming van beleediging willen samenvatten alle misdrijven die in den 1 6den titel van dit boek onder diezelfde benaming zijn bijeengebracht, ook al dragen zij ieder voor zich onderling verschillende namen. „Het begrip beleediging „moet worden verklaard uit titel XVI. Evenals in het opschrift van „dien titel is beleediging hier een nomen generis, waaronder smaad, „smaadschrift, laster, eenvondige beleediging en lasterlijke aanklagt „begrepen zijn. Om alzoo wegens deze beleediging strafbaar te zijn „moet op zijn minst aan de vereischten van art. (266) voldaan wezen. ..Met het oog op de personen tegen wie het misdrijf gepleegd wordt, „draagt elke beleediging hier een zoo ernstig karakter dat de onderscheidingen van titel XYI buiten aanmerking blijven."

Volgens het eerste gedeelte dezer toelichting mag op niet minder gegevens het bestaan van beleediging worden aangenomen dan die vereischt zijn voor de minst omvattende en het lichtst strafbaar gestelde eenvoudige beleediging van art. 266.

Sluiten