Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

110 omschreven misdrijven, kan ontzetting van de in artikel '2S no. 1—i vermelde rechten worden uitgesproken.

Bij veroordeeling wegens een der in de artikelen III en I l'J omschreven misdrijven, kan ontzetting van dein artikel 28 no. 1—',i vermelde rechten worden uitgesproken.

Bij liet in werking treden der wet van 12 Mei 1902, Stbl. 61, vervalt het eerste lid van dit artikel, en wordt in het tweede lid art. 108 bijgevoegd.

T 1 T E L. 111.

MISDRIJVEN TEGEN HOOFDEN EN VERTEGENWOORDIGERS VAN BEVRIENDE STATEN.

Vgl. over dezen titel in verband met de uit het volkenrecht voortvloeiende verplichtingen Bles in Tijdschrift voor strafrecht VIII. 291 vlgg.

Artikel 115.

De aanslag op het leven of de vrijheid van een regeerend vorst of ander hoofd van een hevrienden staat wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijttien jaren.

Indien de aanslag op het leven den dood ten gevolge lieett of met voorbedachten rade wordt ondernomen, wordt levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren opgelegd.

1. Aanslag op het leven of de vrijheid, zie aanteekening 1—(i op art. 92.

2. Het geldt hier den aanslag op een regeerend vorst of ander hoofd van eenen bevrienden staat.

Als hoofd beschouwt de wetgever hem die, onverschillig naar welken regeeringsvorin, met het hoogste gezag bekleed is. Daaronder valt ook een Regent. Vermits hier slechts sprake is van individuen, kan daarentegen niet een college dat het hoogste gezag uitoefent als hoofd van eenen staat in den zin van dit artikel aangemerkt worden, noch ook de gezamenlijke leden, enkel de persoon die individueel bo\en alle andere staat.

Sluiten