Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 124.

Hij die door geweld of bedreiging met geweld opzettelijk den voorzitter of een lid van de staten eener provincie of van <len raad eener gemeente verhindert de vergadering bij te wonen of daarin vrij en onbelemmerd zijn plicht te vervullen. wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren.

1. Zie aanteekening 2, 4, 5, 6 en 8 op art. 95, aanteekening 1 0]) art. 121 en 1 op art. 123.

2. Voor de bijkomende straf zie art. 130.

Artikel 125.

Hij die. Iiij gelegenheid eener krachtens wettelijk voorschrift uitgeschreven verkiezing, door geweld of bedreiging met geweld opzettelijk iemand verhindert zijn kiesrecht vrij en onbelemmerd uit te oefenen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar.

1. Over de beteekenis van kiesrecht en verkiezingen zie aanteekening 12, over die van uitgeschrevene verkiezingen aanteekening 13 op art. 28—31; over wettelijk voorschrift aanteekening 1 en 2 op art. 42; over geweld en bedreiging met geweld de aanteekeningen 4-6 op art. 95.

2. In de Tweede Kamer werd de meening genit dat men hier niet van bedreiging met geweld, maar van bedreiging in liet algemeen behoorde te spreken; vermits toch zoo hier als elders causaal verband tusschen de bedreiging en de verhindering moet aanwezig zijn, kon er geen bezwaar bestaan tegen de uitbreiding, die het voordeel zou hebben dat ook bedreiging van moreelen aard als middel tot het misdrijf in aanmerking zou kunnen komen.

Daartegen werd aangevoerd dat nauwkeurige omschrijving van het misdrijf juist hier noodig is omdat politieke inzichten en hartstochten er zulk eene groote rol bij spelen, dat dus eene objectief bepaalde grens tusschen ongeoorloofde maar daarom nog niet strafwaardige kiesmanoeuvres en de strafbare bedreiging aanwezig behoort te zijn. Dit was het gevoelen van den Minister, en vermits niet nader op de wijziging werd aangedrongen, bleef het artikel onveranderd.

Sluiten