Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den candidaat verkeerd worden voorgesteld), en verklaarde dat niet dwaling omtrent politieke gevoelens, maar errorin persona te pas komt 1 Jij het aanwijzen van een ander dan de door den kiezer bedoelde persoon, waarmede de Minister intnsschen geenszins de juistheid van die opvatting erkend heeft.

3. De bedriegelijke handeling moet de stem van onwaarde maken of eene verkeerde aanwijzing van den candidaat inhouden.

Wat eene stem van onwaarde maakt leert art. 80 der kieswet. Eigenlijk is daar geene sprake van de onwaarde van eene stem maar van een stembillet; maar het eene brengt het andere mede.

Het ontwerp sprak niet van het van onwaarde worden maar van verijdeld worden; de Minister veranderde het artikel om het te verduidelijken. Inderdaad is verijdelen van eene stem eene uitdrukking waarvan de beteekenis niet recht helder is; zoolang eene stem niet is uitgebracht kan zij niet verijdeld worden, want zij bestaat niet. m eene uitgebrachte stem kan slechts verijdeld worden indien zij eenigo eigenschap heeft die hare uitwerking wegneemt. In art. 129 is „verijdelen van eene stemming" daarentegen eene juiste uitdrukking l).

4. Wat het aanwijzen van een ander dan de door don kiezer bedoelde persoon beteekent, volgt reeds uit hetgeen in aanteekening 2 werd uiteengezet: de kiezer moet meenen A. te stemmen terwijl liii B stemt.

Afgezien daarvan dat misleiding, ten gevolge waarvan liet billet anders ingevuld wordt dan de kiezer had gewenscht, hier niet strafbaar is gesteld, zou de manoeuvre waaromtrent bij de bovengenoemde rechterlijke uitspraken werd beslist niet ten gevolge kunnen hebben dat een ander aangewezen dan bedoeld werd. Wanneer ik den naam van eenen candidaat juist invul, dan bedoel ik dezen, en ik wijs hem aan; plaats ik dien naam op een verkeerd stembillet dan zou ik. beter onderricht, anders bedoeld en anders aangewezen hebben, maar de

') De Savornin Lohman, t. a. p. bladz. 23 volg. is van oordeel «int door de aangebrachte wijziging de omvang van het artikel beperkt is, omdat men eene stem kan verijdelen zonder haar van onwaarde te maken; van dit laatste kan alleen bij eene uitgebrachte stem de rede zijn. Het voorbeeld dat tot adstructie van deze stelling wordt aangehaald (iemand neemt op zich voor een ander te gaan stemmen, maar verscheurt het billet) berust echter daarop dat eene niet uitgebrachte stem verijdeld kan worden; het slaat trouwens slechts op de verijdeling van het voornemen tot uitbrengen van eene stem, maar op die verijdeling doelde de oorspronkelijke tekst niet.

Sluiten