Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schriftelijk of mondeling overleg reeds voldoende zal zijn om liet voornemen te constitueeren. De Commissie wilde in plaats van voornemen liever lezen: beraamd plan.

De Minister vond echter voor deze wijziging geene reden. Hij ontkende den invloed van overleg op het bestaan van voornemen, omdat liet overleg wel aan het voornemen kan voorafgaan, maar ook er op volgen. De kennisgeving moet gedaan worden zoodra het bestaan van het voornemen bekend is geworden, ook al is het plan wat de wijze van uitvoering betreft nog niet in bijzonderheden vastgesteld. De Minister scheen dus onder beraamd plan te verstaan een in hoofdzaak omschreven plan, welks vaststelling eene eerste uitvoering van het voornemen is.

Wat nu onder voornemen te verstaan is blijkt uit deze beschouwingen nog niet volkomen. Het verband waarin het voornemen met het overleg gebracht wordt schijnt er echter op te wijzen dat aan voornemen toch altijd liet denkbeeld van iets gerijpts verbonden moet worden, en dat het dus niet aanwezig is voordat er een besluit tot het plegen van het misdrijf genomen is. In dien zin wordt „voornemen" ook in art. 45 gebruikt.

Het Duitsche strafwetboek bezigt in § 43 bij poging Entschlusz, in 8 139 bij het hier bedoelde misdrijf Vorhaben; beide woorden wijzen gelijkelijk op iets dat in den geest is vastgesteld l).

Eene enkele uitlating dat men dit of dat zal doen kan dus geen voornemen bewijzen, het is niet meer dan een dreigement.

Kennis dragen van een voornemen zal alzoo bezwaarlijk aanwezig kunnen zijn zonder dat het voornemen zich door het een of ander heeft geopenbaard, hetzij dan door eenige uitlating die op een genomen besluit wijst, hetzij door eene daad die, moge zij niet meer zijn dan wat men bij poging eene voorbereidende handeling noemt, hier toch uitvoering van het voornemen heeten mag*.

2. De misdrijven, hier bedoeld, zijn in de eerste plaats die van <len eersten titel van het tweede Boek, en van de eerste drie artikelen van den tweeden titel.

Daaronder komt ook voor de samenspanning. Er behoort dus kennis gegeven te worden zoowel van het voornemen tot samenspanning tot een der misdrijven van art. 92—95, als, volgens art. 135, van de samenspanning zelve.

Wie het voornemen tot samenspanning verzwijgt is alzoo reeds strafbaar indien de samenspanning, die hier zelve liet voorgenomene

X) Polenaar en Heemskerk, aanteekening 2.

Sluiten