Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

misdrijf is, tot stand is gekomen. De strafbaarheid kan dan ook niet worden weggenomen door het latere kennis geven van de bestaande samenspanning; het delict was naar art. 130 voltooid reeds toen er samenspanning tot stand kwam. Wordt nu èn het voornemen tot samenspanning èn de samenspanning zelve verzwegen, dan zijn er twee misdrijven waaromtrent naar de omstandigheden moet worden uitgemaakt of zij een afzonderlijk bestaan hebben dan wel als eene enkele voortgezette handeling beschouwd kunnen worden i).

3. Van de misdrijven, hier genoemd, zijn er enkele, ril. die van titel 7 van het tweede Boek, waarbij naar luid der Memorie van toelichting het verzuim van aangifte van het voornemen alleen strafbaar wordt gesteld wanneer van die misdrijven gevaar voor personen te duchten is; wanneer er slechts gevaar voor goederen te duchten is, worden die misdrijven niet ernstig genoeg geacht om hier te worden opgenomen.

In de wet wordt echter niet gesproken van het geval dat gevaar te duchten is, maar dat het is veroorzaakt. Of het gevaar veroorzaakt zal worden kan men echter niet weten: dit hangt zelfs niet te zamen met het feit dat er gevaar te duchten was. Kon hij die de kennis verkreeg dus niet voorzien dat er levensgevaar kon ontstaan, mocht hij zelfs denken dat dit gevaar niet zou ontstaan, het kan hem niet baten indien het gevaar er werkelijk geweest is.

Intusschen moet in het algemeen, in geval van misdrijf waarvan het te vreezen gevaar een element is, het gevaar te duchten geweest zijn; anders is er geen misdrijf geweest, en dus eene voorwaarde voor de strafbaarheid der verzwijging vervallen. Het misdrijf moet daarom bewezen zijn, en daarenboven het feit dat het levensgevaar is ontstaan.

D>' wet zegt in werkelijkheid iets anders dan de Memorie van toelichting haar toedicht.

4. Een rechtsplicht tot aangifte kan volgens de Memorie van toelichting bestaan wanneer in enkele gevallen de aangifte kan strekken om de noodlottige gevolgen van een gepleegd misdrijf af te wenden. Het gebod tot vervulling van dien .plicht vindt zijne poenale sanctie in het tweede lid van dit artikel.

De verplichting is beperkt tot de misdrijven in het eerste lid genoemd; de redactie van het tweede lid is dan ook een terugslag

'l Zie T. Sijbenga, Strafbare non-révéintie, academisch proefschrift, Groningen 1884, lilz. 70, waar ten onrechte de mogelijkheid van eoncursus wordt uitgesloten.

Sluiten