Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 137.

l>e ]«palingen van de artikelen 1:15 en l:&i zijn niet van toepassing op lieni die door de kennnisgeving gevaar voor eene strafvervolging zon doen ontstaan voor zich zeiven, voor een zijner bloedverwanten ot' aangehnwden in de rechte' linie of in den tweeden of derden graad der zijlinie, voor zijn echtgenoot of gewezen echtgenoot, of voor een ander hij wiens vervolging hij zich, uit hoofde van zijn ambt of beroep, van het alleggen van getuigenis zou kunnen verschoonen.

1. Volgens de Memorie van toelichting is de rechtsgrond dezer bepaling te zoeken in de elders (art. 102 en 163 Wetboek van strafvordering) toegekende vrijstelling van de verplichting tot het afleggen van getuigenis in strafzaken.

Volledig is die rechtsgrond hier niet aangegeven, daar hij niet rechtstreeks betreft de vrijstelling van het doen van kennisgeving voor hem die zelf bij het beraamde of gepleegde misdrijf betrokken is.

Ook overigens dekt deze toelichting de bepaling niet, want gevaar voor strafvervolging kan door de kennisgeving alleen in het leven worden geroepen wanneer een gepleegd strafbaar feit aan het licht wordt gebracht, dns niet wanneer er nog slechts een niet strafbaar voornemen tot het plegen van misdrijf bestaat.

Dat niettemin de bepaling zoowel op het eerste lid van art. 136 als "P art. 135 en het laatste lid van 136 toepasselijk is gemaakt, wordt nu verdedigd met de redeneering dat de kennisgeving dan toch den naam van den beramer in opspraak brengt, en .lat toch altijd de mogelijkheid bestaat dat op het oogenblik der kennisgeving aan het voornemen reeds uitvoering gegeven, en dus een strafbaar feit gepleegd is.

len aanzien van het eerste mag worden aangemerkt dat het in opspraak brengen van iemand geheel iets anders is dan het blootstellen aan strafvervolging, terwijl, daar niet onvoorwaardelijk het noemen van namen vereiseht is, de kennisgeving nog zeer wel den goeden naam intact kan laten. En dc kracht van het tweede argument vervalt door de bedenking dat, wanneer reeds een strafbaar feit gepleegd is, dit, en niet de kennisgeving van het voornemen, de oorzaak der strafvervolging is.

Daarentegen zal de kennisgeving, wanneer zij slechts een voornemen tot het plegen van misdrijf betreft, het gevaar voor strafvervolging eer wegnemen dan te weeg brengen omdat zij strekt tot voorkoming van de uitvoering, zooals de wet haar beschouwt, en ten gevolge heeft dat het voornemen belet wordt tot strafbare handeling te rijpen.

Sluiten