Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ARTIKEL 138.

verbot!; wie tot binnentreden overgaat niettegenstaande hem dit verboden wordt, maakt zich aan binnendringen schuldig.

Het verbod kan voor liet gegevene geval mondeling gedaan worden aan hem die tracht of wenscht binnen te treden, het kan ook in algemeenen vorm brjv. door een bord met de woorden „verboden toegang" worden gegeven, en treedt dan in de plaats van de geslotene denri); dan is het in concreto alleen opgeheven voor hem wien de toegang in het bijzonder is vergund, voor wien het algemeene verbod dus feitelijk niet is geschreven.

Evenals het algemeene verbod door een speciaal toelaten kan worden opgeheven, kan ook de algemeene toelating door een speciaal verbod worden beperkt. De herbergier zet zijn huis in den regel voor ieder open, maar hij blijft bevoegd den toegang aan bepaalde personen te ontzeggen, deze maken zieli dus aan binnendringen schuldig door de voor het publiek openstaande deur binnen te treden 2).

Het bezigen van geweld, in welken vorm ook, is niet vereischt, al zal liet veelal voorkomen, daar aan liet verbod licht kracht wordt bijgezet door feitelijke pogingen tot het beletten van het binnentreden, hetzij door aanwending van lichaamskracht, hetzij door sluiten van den toegang.

•S. De rechthebbende is hij die bevoegd is het binnentreden of vertoeven te beletten of te verbieden.

De wet stelt strafbaar het binnendringen van woning, enz. bij een ander in gebruik; hij die ten deze zijnen wil te verklaren 1 ïeeft is dus in de eerste plaats de gebruiker, die alleen of met zijn gezin bewoont of voor zich alleen of voor zijn gezin op andere wijze dan door bewoning in gebruik heeft.

Als rechthebbende is hier in het algemeen bedoeld hij die, zoo er een recht op wering van storing bestaat, dit kan uitoefenen; of hij tegenover den binnendringer zijn recht kan doen gelden is eene andere vraag, de wederrechtelijkheid van liet binnendringen rakende (zie aanteekening 15).

Gebruik door liet hoofd des gezins brengt nu mede gebruik door de leden. Om deze reden zoowel als omdat het niet aangaat den binnendringer straffeloos te laten alleen uithoofde niet het gezinshoofd in persoon hem het verbod van binnentreden heeft kenbaar gemaakt, moet de wilsverklaring geacht worden van eiken medegebruiker te

]) Rechtbank Alkmaar Ui Juni 1891 voormeld.

2) Vgl. arrest van den Hoogen Raad van ü November 1800, Wbl. .>!(03, v. J. 1891, no. 1:5.

Sluiten