Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

xoorschriften vertoont; wanneer iemand zich door zijne kledij het

uiterlijk van eenen politieambtenaar geeft, kan de omstandigheid dat

er geene gemeente is aan te wijzen welker beambten identiek dezelfde

kleedij dragen toeli wel niet aanleiding geven tot straffeloosheid. De

dader behoeft zich slechts het uiterlijk te geven van iemand die

bevoegd is een dergelijk, zij het ook niet een volkomen gelijk kleed te dragen.

Het valsche kostuum behoeft overigens niet een zoodanig te zijn dat 'O van ''en drager tot binnendringen doet onderstellen.

- en heeft bij het gebruik er van toch niet te denken aan een middel waardoor de dader den toegang forceert, als braak, inklimming of het gebruik van valsche sleutels: liet kostuum moet dienen om op den •ewoner indruk te maken en hem tot het verschaffen van toeganc- te nopen Zoo kan men zich voorstellen dat een katholiek den toegang niet durft weigeren aan den drager van een geestelijk gewaad: ook in zulk een geval is er alle reden de uitbreiding van liet begrip van binnendringen toepasselijk te achten.

8. Valsche sleutels en valsch kostuum zijn daarin van valsche order onderscheiden dat zij eerst door het gebruik valsch worden; een kostuum ,8 evenmin als een sleutel in zich zelf valsch; eigenlijk moest dan ook gezegd zijn: door valsch gebruik van sleutels of kostuum Anders ,s het met de order: deze is valsch in zich zelve, onafhankelijk van eenig gebruik.

Al deze middelen hebben echter dit gemeen dat zij de vraag doen ontstaan of de valschheid den dader bekend moet zijn, of hij moet weten dat de sleutel niet voor opening van het slot bestemd is de order niet afgegeven door hem van wien zij heet afkomstig te zijn en het kostuum een dat door hem niet gebruikt mag worden. Ik zou 6 xraa£ bevestigend willen beantwoorden; het enkele feit dat de meening des daders, gerechtigd te zijn tot het gebruik van het een

makeT ' *** ^ kan t0Ch zij"° hanflolinS niet tot misdrijf

Sterker komt dit nog uit bij art. 311, waar het gebruik eene verzwarende omstandigheid is die alleen in het gevaarlijke karakter van den gebruiker, in het gebruik zich manifesteerend, kan gegrond zijn.

e wet spreekt dan ook van hem die zich toegang verschaft door de opgenoemde middelen; het opzettelijk gebruiken van die middelen welke zij zijn mogen, is dus vereischt i).

]) V.ie Polenaar en Heemskerk, aanteekening 3 op art. 311.

9*

Sluiten