Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van eene bedoeling tot uitsluiting van het publiek. Anders is liet met een terrein aan water gelegen. En liet feit dat niet iedereen er toegang kan krijgen, maar alleen degene die zich van een vaartuig bedient, benevens de zichtbare afscheiding van land en water, de verschillende aard en bestemming van beide aanwijzende, brengt mede dat de enkele begrenzing door water reeds kan geacht worden eene besluiting van het erf mede te brengen.

ie zich \an uit eeu publiek vaarwater op zoodanig terrein begeeft, overschrijdt eene zichtbare grens, even goed als hij die te land door eene opening in eene lieg of door een openstaand hek gaat.

Heeft een erf of een lokaal echter geenc volledige afsluiting, dan zal evenals bij een huis waarvan de deur niet gesloten is het enkele binnengaan geen binnendringen zijn, en dit eerst worden wanneer het gepaard gaat met overtreding van een verbod; het wederrechtelijk vertoeven kan echter ook daar plaats vinden, en, gevolgd door eene weigering om heen te gaan, strafbaar worden.

19. Het derde lid van het artikel is niet zeer gelukkig geredigeerd Naar de letter zegt het dat hij die zicli den toegang heeft verschaft door braak, enz. gestraft wordt met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar, zoo hij bedreigingen uit of zich bedient van middelen om vrees aan te jagen, en de strafverzwaring zou niet gelden voor hem die is binnengedrongen in het algemeen, maar alleen voor hem die \olgens het tweede lid wordt geacht binnengedrongen te zijn.

Met „hij die van het tweede lid begint er sprake te komen van eene nieuwe persoon, op wie eigenlijk het volgende lid alleen kan terugslaan. Deze stijlfout mag echter niet leiden tot eene zóo irrationeele beperking die geenszins bedoeld is. „Indien het binnendringen", zegt de Memorie van toelichting, „gepaard gaat met bedreigingen of met „liet aanwenden van vreesverwekkende middelen, vermeerdert het „gevaar en behoort mitsdien de strafbedreiging te worden verzwaard". Intusschen is ook deze toelichting niet volledig; de vermeerdering van gevaar is toch niet alleen aanwezig bij liet binnendringen maar ook bij het weigeren om een einde te maken aan het wederrechtelijk vertoeven; de strafverzwaring geldt dus voor beide vormen van huisvredebreuk.

Toch is ook dit weder niet in alle opzichten waar. Onder anderen wordt hij geacht binnengedrongen te zijn die onder de in het tweede lid vermelde omstandigheden wordt aangetroffen. Deze pleegt het misdrijf echter niet op het oogenblik waarop hij aangetroffen wordt, maar op dat waarop hij binnenkomt. Wanneer hij aangetroffen wordt kan zijn misdrijf dus reeds genümen tijd geleden gepleegd zijn geweest, in elk geval was liet reeds voltooid. Wanneer hij dus bedreigingen

10*

Sluiten