Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ministerie in laatstgemelden zin, overwegende dat „om eene vereeni„ging te doen vallen onder art. 140, le lid, het niet voldoende is „dat die vereeniging zich een einddoel voorstelt, dat onder zekere „omstandigheden alleen bereikt kan worden door het plegen van misdrijven, maar dat daarentegen voor de toepasselijkheid dezer strafbepaling wordt vereischt dat de vereeniging, in liet leven geroepen „of feitelijk werkzaam om misdrijven te plegen, dit ook tot oogmerk „of naaste doel heeft" 1).

De vereeniging moet alzoo expresselijk zijn aangegaan tot liet plegen van misdrijven of althans expresselijk zich daaraan wijden.

Met vrucht beroept de Hooge Raad zich ook op de geschiedenis van het artikel. Volgens de Memorie van toelichting geeft het eerste lid in juistere termen terug wat art. 256 Code pénal uitdrukt door association de malfaiteurs. Het artikel was nu wel oorspronkelijk beperkt tot misdrijven waardoor de veiligheid van personen of goederen wordt aangerand, evenals art. 256 (malfaiteurs contre les personnes ou les propriétés), doch dit was slechts om redenen van utiliteit; en het onbepaalde van de beperking alsmede de wenschelijkheid dat andere misdrijven niet werden uitgesloten deed op den wensch der Commissie van Rapporteurs uit de Tweede Kamer de beperking verdwijnen. Het karakter der vereeniging a!s zoodanig werd er niet door aangetast.

Nu zal onder association de malfaiteurs wel niet anders verstaan kunnen worden dan eene vereeniging van boosdoeners als zoodanig, die haar hebben aangegaan alleen om misdrijven te plegen: en het nauwe verband dat de Memorie van toelichting legt tusschen den tekst van art. 140 en dien van art. 256 Code pénal, van welke de eerste alleen juister uitdrukt wat ook de tweede bedoelt, rechtvaardigt volkomen de opvatting van den Hoogen Raad.

Met die opvatting zijn de woorden van art. 140 dan ook geheel in overeenstemming: de vereeniging die iets tot oogmerk heeft wordt door dat oogmerk beheerscht, heeft buiten dat oogmerk geen bestaan, geheel anders dan de vereeniging die eventueel wel het oog op liet plegen van misdrijven gevestigd heeft maar niet daarvoor alleen bestaat.

Eene vereeniging kan nu beginnen met een onschuldig doel te hebben of wel een doel dat haar doet vallen onder liet tweede lid, en daarna door eenig besluit zich vervormen in eene vereeniging die liet plegen van misdrijf tot oogmerk heeft; als zoodanig ontstaat zij dan door dat besluit, al bestond zij als vereeniging reeds te voren.

1) Arrest van 3 December 1894, voormeld; vgl. Wbl. 0305 , 6310 , 6334.

Sluiten