Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 142.

Hij die opzettelijk door valsche alarmkreten of signalen de nisl verstuurt, wordt gestralt met gevangenisstraf van len lioogsle (wee weken ol geldboete van ten boogste zestig gulden.

1. Dit artikel kwam in liet ontwerp niet voor; daarentegen werd daarin vóór het tegenwoordige artikel 431 eene be]>aliiig gevonden waarl'ij strafbaar gesteld wenl „openbare rustverstoring door valsche „alarmkreten of signalen." — De toelichting daarvan luidde dat het opzet van den dader niet op de rustverstoring gericht behoefde te zijn ofschoon deze werkelijk het gevolg zijner handeling moest wezen. maar dat hij wel bekend moest zijn met de valschheid zijner alarmkreten of signalen!).

Dit laatste gaf aan do Commissie van Rapporteurs uit de Tweede Kamer aanleiding tot de opmerking dat het vereischte van die wetenschap in de wet behoorde te worden uitgedrukt. Tevens meende zij dat door dit op den voorgrond stellen van opzet (als noodzakelijk verbonden met de wetenschap) aan het feit het karakter van misdrijf wenl gegeven.

Het tweede gedeelte van dit betoog was echter gegrond in het onjuiste denkbeeld dat het vereischte van opzet bij eenige handeling een strafbaar feit, door die handeling gevormd, altijd tot misdrijf moet stempelen 2).

De Commissie stelde nu verplaatsing naar het Tweede boek en eene wijziging van redactie vóór.

Aan dit dubbele voorstel gaf de Minister van justitie gevolg. De '«paling erlangde nu echter eene strekking, waarvan niet afdoende blijkt of zij wel geheel bedoeld was. Terwijl toch de aanmerking op de oorspronkelijke redactie was dat niet liet vereischte van opzettelijk aanheffen van valsche kreten of geven van valsche signalen voor de strafbare rustverstoring was uitgedrukt, maar daarbij het karakter der rustverstoring als enkel gevolg — bedoeld of niet bedoeld — onaangetast bleef, maakte de nieuwe redactie do rustverstoring evenzeer als het aanheffen van kreten of geven van signalen tot voorwerp van het opzet. Het woord „opzettelijk toch beheerscht volgens den grondregel der Memorie van toelichting 3) a| wat j„ de omschrijving van liet misdrijf er op volgt.

') Smidt IJ, eerste druk 'J3, tweede druk !)4.

2) Zie deel I, biadz. 27 en volg.; IJ. Kimons in Themis 1K8Ö, bladz. 4-1 en volg.

3) Snijdt 1, eerst* druk 7U en 71, tweede druk 7N.

Sluiten