Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ARTIKEL 142. 143.

door rumoer bij nacht gestraft wordt ook al ontbreekt er alle openlijkheid aan.'' Reden voor dit onderscheid bestaat inderdaad niet.

Trouwens, noch bij de eene, noch bij de andere rustverstoring zal het veel voorkomen dat slechts een enkele er het slachtoffer van wordt. Alarmkreten vooral (en bij signalen is het geval in het geheel niet ondenkbaar) zullen wel zoo luide worden aangeheven — het moeten toch kreten zijn — dat de rustverstoring die zij teweegbrengen en die er mede wordt bedoeld eene openlijke zal zijn.

3. De middelen waardoor op strafbare wijze do rust kan worden verstoord zijn hier Iteperkt tot alarmkreten en signalen. Uit den aard van het misdrijf, evenals voor zoover de kreten betreft daaruit dat zij alarmkreten moeten zijn, volgt dat zij een alarmeerend karakter moeten hebben, schrik en plotselinge vrees voor gevaar van eigene persoon of goed of die van anderen moeten kunnen opwekken.

Schrik alleen is niet voldoende; die kan door allerlei plotselinge geluiden , des nachts dooi' eenvoudig burengerucht of rumoer veroorzaakt worden. De kreten en signalen moeten dus eene liepaalde vreeswekkende en als zoodanig bekende beteekenis hebben. Die beteekenis behoeft niet algemeen bekend te zijn, indien aangenomen wordt dat ook de verstoiing der rust van enkele personen strafbaar is (aanteekening 1').

\alschc alaunkreten of signalen zijn die, waarvoor geene geldige reden bestaat, die ten onrechte de gedachte opwekken aan feiten waardoor zij gerechtvaardigd zouden zijn.

Artikel 143.

Hij «'geweld ol' bedreiging met geweld eene geoor(tolde openbare vergadering verhindert, wordt gestraft mei jevangeiiisstrat van ten hoogste negen maanden.

1. De Grondwet erkent het recht der ingezetenen tot vereeniging en vergadering en beschermt de kerkgenootschappen, naar luid der Memorie van toelichting die aan deze tegenstelling van erkennen en beschermen de rechtvaardiging ontleent van het verschil in zwaarte van de straffen op het verhinderen en storen van eene openbare godsdienstige bijeenkomst en op verhinderen en storen van eene geoorloofde openbare vergadering gesteld (art. 143 en 145 tegenover 144 en 140).

Mag men hieruit afleiden dat deze artikelen de strafrechtelijke sanctie van art. 9 en 108 der Grondwet bevatten? liet antwoord moet ontkennend zijn.

In de eerste plaats beschermt do Grondwet het recht van vergadering

Sluiten