Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alleen uit een staatsrechtelijk oogpunt, dus tegen belemmering van het openbaar gezag, terwijl de strafwet treft niet den drager van dat gezag die het grondwettig recht schendt, maar ieder die om welke reden ook verhindert of stoort. En uit art. 144 en 146 blijkt duidelijk dat niet het grondwettelijk recht maar de openbare orde beschermd wordt: het verwekken van wanorde of het maken van gedruisch, niet het ingrijpen in het vergaderingsrecht wordt hier beteugeld.

Daarenboven erkent de grondwet het recht van vergaderen in het algemeen, terwijl de artikelen der strafwet alleen betrekking hebben op openbare vergaderingen; de strafrechtelijke sanctie zou dus al zeer onvolkomen zijn. En de bescherming die de grondwet aan de kerkgenootschappen verzekert heeft niets te maken met de bescherming van de godsdienstige bijeenkomsten door de strafwet, welke laatste geheel onafhankelijk is van de betrekking waarin die bijeenkomsten tot eenig kerkgenootschap staan, en dus ook toepassing vindt zonder dat zulk eene betrekking bestaat.

Deze beschouwing heeft invloed op de beantwoording van de vraag, wie door de bepalingen getroffen wordt en welke vergaderingen hier bedoeld zijn.

Ten aanzien van het eerste moet worden aangenomen dat de ambtenaar die meent eene_ vergadering te moeten sluiten omdat hij ze voor ongeoorloofd houdt niet onder toepassing van deze artikelen valt, die enkel geschreven zijn voor private personen. I)e ambtenaar pleegt wellicht een ambtsmisdrijf, en wel dat van art. 365, waaronder meer valt dan het verhinderen van eene vergadering, meer dan geweld ot bedreiging met geweld, maar zeer zeker ook dit. Het verhinderen van eene vergadering is ook dwingen van hen die tor vergadering opgaan om van hun voornemen af te zien of van die er zijn om heen te gaan, en geweldpleging of bedreiging niet geweld door eenen ambtenaar is zeer zeker ook misbruik van gezag, gelijk de Minister van justitie naar aanleiding van art. 365 verklaarde l).

Nu kan men niet met grond beweren dat art. 143 de bijzondere strafbepaling inhoudt die volgens art. 55 alleen in aanmerking komt tegenover de algenieene, want, inoge al het verhinderen van eene vergadering eene species van den dwang zijn, tegen het ambtsmisdrijf is daarentegen in eene bijzondere bepaling voorzien die staat tegenover de algemeenc van art. 143.

Tegenover art. 284 staat daarentegen de bepaling van dit artikel als de bijzondere tegenover de algenieene; zij is dan ook de zwaarste van de twee, terwijl daarentegen de straf van art. 365 zwaanier is dan

t) Siuitlt 111, eerste druk (jS, tweede druk 70.

Sluiten