Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 145.

Hij die door geweld of bedreiging met geweld hetzij eene geoorloofde openbare godsdienstige bijeenkomst, hetzij eene geoorloofde kerkelijke plechtigheid of begrafenisplechtigheid verhindert, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar.

1. Wat art. 143 bepaalt omtrent vergaderingen in het algemeen wordt hier toegepast op eene bepaalde soort van vergaderingen de godsdienstige bijeenkomsten alsmede do kerkelijke plechtigheden en 1 begrafenisplechtigheden.

Door het stellen van eene hoogere straf meende de wetgever zich aan te sluiten bij de grondwettelijke hoogere waardeering der kerkgenootschappen (zie aanteekening 1 op art. 143), en rekening te honden met den meer pijnlijken indruk dien verhindering en verstoring van godsdienstige bijeenkomsten op het algemeen maakt. Dc aard van ons volk brengt, naar de uitspraak der Commissie van Rapporteurs uit do Tweede Kamer (welker minderheid liet onderscheid afkeurde) mede dat inbreuk op den godsdienstzin als een zwaarder vergrijp wordt beschouwd dan inbreuk op do vrijheid van vergaderen in het algemeen.

2. Eene- godsdienstige bijeenkomst is eene bijeenkomst die godsdienstoefening ton doel heeft. Noch de vergadering belegd tot bespreking van godsdienstige belangen, noch de bijeenkomst waarin wel dingen geschieden welke gemeenlijk ook tot de godsdienstoefening behooren maar die daartoe niet is vergaderd, bijv. de bijeenkomst van eene liefdadigheidsvereniging die godsdienstige liederen zingt of godsdienstige voordrachten aanhoort l), valt hieronder.

Daarentegen is de godsdienstige bijeenkomst niet verbonden aan eenig kerkgenootschap of eenigen kerkgenootsehappelijken vorm; ook de in de latere jaren op den voorgrond gotredeno vergaderingen van het Leger des heils, waarbij alles is ingericht <>j. godsvereering, al is liet in oenen elders en algemeen niet gebruikelijken vorm, voldoen aan de vereischten.

worden; het gevolg <lat er ten aanzien van het opzet uit getrokken wordt is in strijd met ile vaststaande l>eteekenis der plaatsing van het woord „opzettelijk".

In het wijzigingsontwerp van den .Minister Cort van der Linden (1900) is wéder geobjectiveerd.

!) Vgl. Rechtbank Groningen 0 September 1894, Wbl. 6ti0(i, P. v. J. 1894, no. 82.

Sluiten