Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1. Volgens de Memorie van toelichting was op het hier omschrevene misdrijf eene zwaardere straf gesteld dan op dat van het vorige artikel omdat het inbreuk maakt op de geloofwaardigheid der registers van den burgerlijken stand en dikwijls wordt gepleegd ter bedekking van andere misdrijven of tot het wederrechtelijk verkrijgen van eenig voordeel. De roden schijnt een weinig gezocht; zij zou ook moeten leiden tot zwaardere strafbepaling op het verzuim van aangifte van geboorte of overlijden. Wat hiervan zij, ten gevolge van de verhooging van straf in art, 150 is het verband der strafposities verbroken.

Voor zoover de handelingen, hier strafbaar gesteld, overeenkomen met die van art. 150 maakt het oogmerk dat vereischt wordt het feit lichter strafbaar: daartegenover staat dat hier schending van het recht van anderen om over het lijk te beschikken voor de strafbaarheid in aanmerking komt.

2. Het oogmerk dat het misdrijf bepaalt brengt mede dat de vier vormen waarin het gepleegd kan worden — begraven, verbergen, wegvoeren, wegmaken — alle strekken om het lijk aan elke nasporing te onttrekken, zijn bestaan onzeker te maken.

Wegvoeren is niet anders dan het in art. 150 genoemde vervoeren: het woord schijnt ook in verband met wegmaken iets sterker, doch vervoeren met het hier vereischte oogmerk is ook wegvoeren, vervoeren met het doel om te doen verdwijnen.

Wegmaken doelt op doen verdwijnen, vernietigen, hetzij geheel bijv. door verbranden, hetzij ten deele door uiteennemen, stuk maken, zoodat het overgeblevene geen lijk meer vormt. Onkenbaar maken bijv. door afslaan en wegnemen van het hoofd of verbrijzelen van liet gelaat schijnt onder wegmaken niet te kunnen vallen, ofschoon ook dit zou kunnen strekken tot het verhelen van het overlijden of de geboorte van hem aan wiens lijk de daad gepleegd wordt. Ook hier doet zich het gemis van eene strafbepaling tegen het schenden van een lijk gevoelen.

3. Lijk, zie aanteekening 5 op art. 150.

Sluiten