Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Volgens onze wet zal daarentegen do aanwezigheid van zugezogenen Zengen voldoende zijn.

5. De in de derde plaats genoemde omstandigheid die een tweegevecht onregelmatig maakt geldt alleen hem die zich aan de overtreding schuldig maakt (aanteekening 2), alleen den dader, d.i. den dader van hot lichamelijk letsel of do levensrooving.

Eene liedriegelijke handeling is eeno zoodanige waardoor met opzet de gelijkheid dor partijen wordt opgeheven, eene gelijkheid die „iet bestaat in gelijke bekwaamheid in het hanteeren dei' wapenen maar daarin dat de uiterlijke voorwaarden voor beide dezelfde zijn. Zoo zal eene volgens de regelen der schermkunst geoorloofde schijnbeweging die de tegenpartij verleidt zich bloot te geven of haar afmat, nimmer eene liedriegelijke handeling kunnen zijn; er moei eene handeling zijn die de tegenpartij niet kan verwachten, waartegen zij zich mitsdien niet kan verweren of beveiligen.

Eene enkele liedriegelijke handeling is voldoende.

In den oorsprenkolijken tekst werd gesproken van bedrog, welk woord meer wijst op een samenstel van handelingen; juist omdat dit niet noodig werd geacht, word de tekst evenals die van art. 105 gewijzigd i).

Nevens de liedriegelijke handeling is genoemd de afwijking van de voorwaarden.

Voor beide wordt gevorderd dat zij opzettelijk gedaan zijn. Voor de bodriogolijke handeling schijnt deze bijvoeging onnoodig, daar zij opzet tot bedriegen onderstelt, en dat opzet ook op het toebrengen van nadeel aan de tegenpartij gericht is.

En ook de afwijking van de voorwaarden, die opzettelijk is gemaakt, schijnt van de liedriegelijke handeling niet onderscheiden. Hoor de dubliele vermelding is trouwens de mogelijkheid van twijfel omtrent dit laatste opgeheven.

Beide handelingen moeten zijn ten nadeele der tegenpartij. In het ontwerp was dit vereischte niet gesteld aan de liedriegelijke handelingde overweging dat zij ook feitelijk ten voordooio der tegenpartij kan strekken gaf aanleiding tot de wijziging.

Daarentegen was het vereischte van opzet oorspronkelijk niet gesteld aan de afwijking van de voorwaarden ten nadeele der tegenpartij. De bepaling lokte toen echter van de zijde der Commissie van Rapporteurs uit de Tweede Kamer do opmerking uit dat een.- onwillekeurige afwijking, al strekt zij ten nadeele der tegenpartij, niet geacht kan

'• -Smult 11, perste druk 3ó, tweede druk 32.

Sluiten