Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het onder het bereik van art. 47 of art. 131 valt, of als aanzetten tot het doen of aannemen van eene uitdaging onder art. 152 1°.

l)e wet maakt, hier geen onderscheid naar de houding der duellanten, en rekent het onverschillig of deze het gevecht wensehen te staken; het aanmoedigen tot voortgaan is strafbaar zoowel als het tegengaan van staken.

De verklaring van eenen getuige dat eene reeds toegebrachte wonde niet van dien aard is dat het gevecht er om gestaakt behoort te worden valt niet onder deze strafbepaling; nemen de getuigen de beslissing op grond van de vastgestelde voorwaarden dan blijven zij geheel binnen de grenzen der hun opgelegde taak, maar ook overigens geven zij wel eene meening te kennen, maar doen daarom nog geene aansporing.

5. Sub 2° worden de getuigen strafbaar gesteld wanneer zij handelingen toelaten die bij art. 1 55 H11 worden gewraakt, of wanneer zij zeiven zich aan eenige bedriegelijke handeling schuldig maken.

Ook hier is oen vereischte voor de strafbaarheid dat er opzettelijk en ten nadeele wordt gehandeld of toegelaten, nl. door den getuige: daarnevens is niet noodig het bewijs dat de partij die de bedriegelijke handeling pleegt of van de voorwaarden afwijkt dit opzettelijk ten nadeele der tegenpartij doet. In het bijzonder bij toelaten van afwijking van de voorwaarden is dit van beteekenis, zij kan toch onwillekeurig door den duellant begaan worden; niettemin is de getuige strafbaar door ze toe te laten met de wetenschap dat zij ten nadeele der tegenpartij strekken zal.

Hier wordt gesproken van handelingen ten nadeele van beide partijen of van eene harer; niet alleen de ongelijkheid van de positie der partijen is beslissend, ook wanneer zij gezamenlijk aan grooter gevaar worden blootgesteld is er reden voor strafbaarheid.

Onder de door partijen gepleegde bedriegelijke handeling is natuurlijk ook die van eene van haar begrepen.

Opzettelijk en ten nadeele beheerscht, ook volgens de uitdrukkelijke verklaring van den Minister die den tekst wijzigde al hetgeen er op volgt; over de verhouding van het opzet tot het nadeel voor de partijen zie aanteekening 5 op art. 155, over bedriegelijke handeling en het afwijken van de voorwaarden ibidem.

0. In tegenstelling met de duellanten ondervinden,de getuigen de gevolgen van de hier bedoelde handelingen ook al loopt het tweegevecht zonder eenig bloedvergieten af; voor het tegenovergestelde geval worden op hen evenals op de duellanten de bepalingen omtrent moord, doodslag of mishandeling toegepast, dit echter ook alleen

Sluiten