Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

levensgevaar voor een ander te duchten is, zonder dat daarbij wordt geöischt gemeen gevaar; het misdrijf bestaat ook wanneer slechts éene persoon gevaar loopt.

Het Duitsche wetboek noemt in § HU(i en volgende speciaal de gevallen op waarin brandstichting of het teweegbrengen van ontploffing geacht wordt een „gemeingefahrliches" misdrijf te zijn; daarentegen wordt het veroorzaken van overstrooming in § 312 en volgende strafbaar gesteld in liet algemeen bij gemeen gevaar voor het leven of voor den eigendom.

Onze wetgever wilde nu de specialiseering niet. en zulks opgrond ilat (leze altijd op eene willekeurige onderscheiding berust, maar hij heeft niet gemotiveerd waarom bij levensgevaar het gemeene gevaar niet wordt geöischt.

(n meen gevaar is het gevaar waaraan goederen of personen gemeenschappelijk blootstaan, het is dus gemeenschappelijk gevaar, moet verschillende goederen of personen bedreigen.

Moeten de goederen nu ook aan verschillende eigenaren toebehooren ? Deze Maag werd aan de beslissing van den Hoogen Kaad onderworpen in een geval waarin een korenberg, behoorende tot eene hoeve, was in brand gestoken. Er was geen gevaar voor andere hoeven, alleen voor de goederen, gezamenlijk de eene hoeve met hare aanhoorigheden en adjecta uitmakende, huis, stal, loods, schuur en eenen tweeden graanberg, alles toebehoorende aan éenen eigenaar. Er werd beslist dat van gemeen gevaar gesproken kan worden ook wanneer de goederen aan denzelfden eigenaar toebehooren, en al kunnen zij volgens ligging en bestemming onder éenen naam worden samengevat, als bijv. de boomen van een bosch 1).

De wet onderscheidt dan ook niet, en het begrip „gemeen gevaar" brengt op zich zelf den eiscli van mogelijkheid van nadeel voor verschillende personen niet mede.

De omstandigheid dat de dader de bedoeling niet had om meer dan eene bepaalde hoeveelheid goederen te verbranden, kan ten deze niet afdoen.

Wanneer in casu de bedoeling was geweest de geheele hoeve te doen afbranden, dan zou men misschien willen zeggen dat het kenmerk van gemeen ge\aar niet aanwezig was omdat de dader den grootsten omvang van het gevaar — lieperkt tot die hoeve — kon voorzien, en, zoo hij al niet den omvang van den eens gestichten brand naar willekeur 1 «perken kon, de natuur dit voor hem deed, nu de brand niet voor uitbreiding buiten eene bepaalde grens vatbaar was. Daarbij

') Arrest van 7 Maart 1887, Wbl. 5410.

Sluiten