Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als zoodanige poging kan beschouwd worden al wat lot herstel van de dijken wordt gedaan, maar het verijdelen, ijdel maken, is niet meer dan aan de poging haar gevolg ontnemen (zie aanteekening 1 op art. 129). Daaronder is het belemmeren, moeielijk maken, al <uuistonds niet begrepen, daar liet verijdelen zich daarin openbaart dat de poging niet leidt tot het voorgenomene; het belemmeren kan dus niet meer zijn dan eene poging tot verijdelen, en dan ook nog slechts wanneer het bepaaldelijk met de bedoeling tot verhinderen, onmogelijk maken, wordt gedaan.

Voorts valt onder verijdelen alleen die verhindering welke toegepast wordt op eene reeds aangevangene poging tot herstel, niet ook het voorkomen van eene poging waaraan nog begonnen moet worden.

Intusschen kan hier onder poging verstaan worden ook wat bij toepassing van art. 45 nog slechts als voorbereidende liandeling zou worden gequalificeerd.

Het ontnemen van gevolg aan eene poging is aanwezig zoodra de aangevangene poging opgegeven moet worden.

De omschrijving van het laatste misdrijf komt mij taalkundig niet geheel juist voor; men kan handelingen, maatregelen tegenwerken, maar geene middelen. Onder aangewende middelen is echter te verstaan hetgeen wordt aangewend, de uitvoering van maatregelen, het verrichten van handelingen. Daaronder zijn de pogingen tot herstel van dijken en andere waterstaatswerken begrepen, die dus als zoodanig ook kunnen worden tegengewerkt.

5. Het in aanteekening 7 op art. 159 ontwikkelde bezwaar geldt hier niet omdat aan watersnood, waarbij of in het vooruitzicht waarvan de handelingen alleen strafbaar zijn, gemeen gevaar altijd verbonden is; onder water zetten van eigen land, waardoor geen ander land bedreigd wordt, geeft geenen watersnood.

6. Zie voor de bijkomende straf art. 176.

Artikel 161.

Hij «Iit* opzettelijk eenij> werk dienende lot wutei-kcering ol' waterlooziiio vernielt, onbruikbaar maakt ol' beschadigt, wordt, indien daarvan gevaar voor overstrooming te duchten is, gestralt met gevangenisstral van ten hoogste zes jaren.

1. Naast het veroorzaken van overstrooming van art. 157 zijn hier strafbaar gesteld handelingen waarvan gevaar voor o vorst rooming te

Sluiten