Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bestemming tot algenieene toegankelijkheid is dus ook meer dan een feitelijk, opzegbaar toelaten van het* publiek. Een geheel private weg, waarop de eigenaar het publiek duldt totdat het hem gelegen zal komen hem af te sluiten, kan nimmer een openbare weg lieeten. Hij tegenovergestelde opvatting zou den eigenaar de afsluiting van den weg waarop hij het publiek eenen tijd lang geduld heeft feitelijk onmogelijk zijn gemaakt, immers hij zou eenen openbaren weg versperren; wederrechtelijkheid is ook van het misdrijf van dit artikel geen element. Wel is waar wordt hier voor de strafbaarheid gevorderd dat er gevaar voor de veiligheid van het verkeer te duchten is, doch in het eorrespoudeerende art. 427 6" is liet enkele versperren zonder verlof van het bevoegde gezag strafbaar gesteld.

Wordt nu door het eischen van bestemming van den weg als openbare weg teweeggebracht dat de bepaling haar doel mist V Ik meen van niet. Zij die hetzij op eigen gezag hetzij krachtens vergunning of dulden van eens anders privaten eigendom gebruik maken behoeven niet tegen het eventueel daaraan verbondene gevaar beschermd te worden evenals diegenen welke langs den voor hun gebruik bestemden weg gaan en veelal daarlangs moeten gaan. Integendeel zou het noemen van den openbaren weg zonder zin zijn indien daarbij ook aan eenen privaten door het publiek gebruikten weg te denken was; het feitelijk openstellen van eenen weg is in zijnen aard niet iets anders dan het openstellen van eenig ander terrein voor overgang; waarom zon dan hij eenen weg strafbaar gesteld zijn wat bij eenen anderen overgang straffeloos blijft?

6. Landweg staat hier naast en tegenover waterweg, en omvat dus alle wegen te land; men heeft hier niet te denken aan landwegen in tegenstelling tot straten en pleinen in steden, ook deze zijn landwegen.

Weg is alles wat bestemd is voor communicatie tusschen twee plaatsen, en het is geheel willekeurig plaatsen hier te verstaan als bebouwde kommen met uitsluiting van gedeelten daarvan'). Over spoorwegen zie aanteekening 5 op art. 164.

7. Waterwegen zijn al die wateren welke voor het verkeer bestemd zijn: kanalen, rivieren, meren, voor zoover zij bevaarbaar zijn. Meerdere of mindere geschiktheid is hierbij zonder invloed, mits maar de natuurlijke onbruikbaarheid niet aan de bestemming in den weg staat.

1) Zie de Pinto in Themis 1883, blad/.. 412, kritiseerende de tegenovergestelde meening van van S wint leren, Aanteekening op het Wetboek van strafrecht, bladz. 633.

Sluiten