Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

macht uitgegaan 1). Bewaken, nagaan, gadeslaan, zuiver neutrale handelingen, kunnen immers noch bevelend of vorderend, noch handelend optreden medebrengen.

Maar dan is hier ook alleen sprake van zoodanige bevelen, vorderingen en handelingen, die ter verzekering van het toezicht strekken; het zijn toch alleen die welke door den ambtenaar gegeven, gedaan, ondernomen worden krachtens een wettelijk voorschrift of ter uitvoering daarvan, d. i. in de uitoefening van het toezicht.

Op liet wettelijke voorschrift moet berusten èn het toezicht èn wat ter uitoefening daarvan gedaan wordt. Dit behoeft niet juist hetzelfde voorschrift te zijn in den zin van hetzelfde wetsartikel. In het reeds genoemde geval kan éen artikel der verordening bepalen dat de herbergen op een bepaald uur gesloten en ontruimd moeten worden, in een ander kan den politieambtenaren toezicht op de naleving der verordening worden opgedragen; dan maakt het verband der beide bepalingen het bewerkstelligen van de ontruiming tot de handeling in de uitoefening van het toezicht krachtens wettelijk voorschrift ondernomen.

Eene andere vraag is of het bevel door eenen ambtenaar gegeven, de vordering door hem gedaan, de handeling door hem ondernomen, moet berusten op een uitdrukkelijk voorschrift dan wel afgeleid kan worden uit zijne algemeene ambtelijke bevoegdheid.

De Hooge Raad besliste2) daaromtrent, meer in het bijzonder met betrekking tot de vordering, dat deze is zoodanige vordering tot het doen waarvan een daartoe strekkend voorschrift den niet de uitoefening van het toezicht belasten ambtenaar uitdrukkelijk bevoegd verklaart of wel die hij doet op grond van eene bij dergelijk voorschrift aan de personen die het aangaat jegens hem in zijne hoedanigheid opgelegde stellige verplichting, en leidde deze conclusie in hoofdzaak af uit de geschiedenis van art. 184 dat bestemd was in de plaats te treden van allerlei verspreide bepalingen waarbij straf gesteld was op het weigeren van inlichtingen in de gevallen waarin de verplichting tot het verstrekken daarvan nader bepaald wordt door de vermelding van de ambtenaren jegens wie zij moet worden nagekomen.

Wat hier in het bijzonder van verstrekking van inlichtingen wordt gezegd, geldt uit den aard der zaak ook van andere verplichtingen, als het verschaffen van toegang en het toelaten van handelingen van den ambtenaar.

Deze le'er komt mij juist voor; het gaat niet aan uit het feit dat

1) Arresten van 11 Maart 1895, Wbl. P. v. J. 1895, no. 40, en van 28 Oetober 18! 15, Whl. 0734, I'. v. J. 1895,.nu, 102.

2) Am st van 2N Oetober 1?S-1. W M■ hi.ïO, 1*. v. .J. 1895, no. 94.

Sluiten