Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in het algemeen aan eenen ambtenaar eenig toezicht is opgedragen of uit eene algemeene bevoegdheid tot het ops] toren van strafbare feiten af te leiden dat een ambtenaar ook alles zou kunnen bevelen en vorderen wat hem tot de uitoefening van zijn ambt nuttig voorkomt.

Onjuist is daarom de beslissing der Rechtbanken te 's Gravenhage 1) en te Groningen -) dat uit art. 188 der Gemeentewet volgt des burgemeesters bevoegdheid tot het doen ontruimen van eene herberg of het nemen van maatregelen van orde bij eene openbare vermakelijkheid; in dit artikel alleen ligt noch een uitdrukkelijk voorschrift dat den burgemeester bevoegd verklaart noch eene stellige verplichting tot gehoorzamen; alleen eene verordening, don burgemeester het nemen van maatregelen opdragende, kan hier het wettelijke voorschrift opleveren.

Terecht is beslist dat het bevel van eenen politiebeambte tot het zich verwijderen van eene bepaalde plaats op straat en het zich rustig geel ragen •!). de vordering tot opgeven van den naam bij eene bekeuring 4) niet op eenig wettelijk voorschrift berust, en daaruit ook afgeleid dat iemand die een ander gelast hem door de politie gestelde vragen niet te beantwoorden, nl. indien geen geval aanwezig is waarin het verstrekken van inlichtingen bepaaldelijk is voorgeschreven, zich niet aan overtreding van art. 184 schuldig maakt0).

3. Moeten de bevelen en handelingen der inet toezicht belaste ambtenaren de uitoefening van dat toezicht betreffen, evenzoo zijn die van de met opsporing van strafbare feiten belaste ambtenaren de zoodanige die in de opsporing voorkomen en in do bevoegdheid daartoe haren grondslag vinden *').

Opsporing worde hier echter niet in te beperkte beteekenis opgevat, bepaaldelijk niet gescheiden van nasporing; het nasporen van strafbare feiten maakt, zoo er al eenig onderscheid bestaat, van het opsporen een deel uit; het opsporen omvat het geheele tot klaarheid brengen van een gepleegd strafbaar feit, ook met betrekking tot het aanwijzen

') Vonnis van 10 Februari 1887, Wbl. 5462.

-) Vonnis van 25 October 1894, Wbl. 6685.

:i) Rechtbank 's Gravenhage 25 November 1886, Wbl. 5462.

') Rechtbank Middelburg 15 Juni IS86, Wbl. 5650, Dordrecht IS Januari 1889, Wbl. .»6S2, Amsterdam I Februari 1889, Wbl. 5731. r') Rechtbank Middelburg 11 Februari 1896, Wbl. 6782.

®) Onjuist ijualificeerde daarom de Rechtbank te Winschoten bij vonnis van 17 April 11103, P. v. J. 1!M)3, n<>. 245, het verplaatsen van een kenmerk van besmettelijke ziekte als verijdelen van de handeling van eenen ambtenaar met de uitoefening van eenig toezicht en met het opsporen van strafbare feiten belast; de ambtenaar kan toch slechts in écne zijner qualiteiten hebben gehandeld.

Sluiten