Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oen en ander de opschudding uitmaakt i). Niet hij die schreeuwt omdat hem onverwacht pijn wordt gedaan veroorzaakt de opschudding, maar hij die aanleiding tot het schreeuwen geeft; het kan bijv. een hond zijn die oenen der aanwezigen bijt. Wie geroepen is om het hevel tot hi t ngaan te geven zal dus ook met hot oog op de toepassing van dit artikel zich wel moeten vergewissen dat zijn hevel niet den verkeerde treft.

3. Het bevel behoeft niet terstond na de opschudding gegeven te worden; de wet eischt niets meer dan een causaal verhand tnsschen opschudding en bevel.

Hot bevel wordt gegeven door of van wege het bevoegde gezag d. i. onmiddellijk of middellijk (door middel van oenen ondergeschikten ambtenaar) door hem die ter plaatse het gezag wettig uitoefent.

In eene terechtzitting is dat de leider van de behandeling der aanhangige zaken, de president, de kantonrechter, easu quo «le rechtercommissaris; elders zal het steeds zijn de ambtenaar die ter plaatse in zijne bediening werkzaam is.

•1. Ofschoon de wet hier, in tegenstelling met art. 138, niet zegt dat strafbaar is hij die zich niet onmiddellijk verwijdert, brengen de aard en de bedoeling van het artikel mede dat aan het bevel op staanden voet gehoorzaamd moet worden. Indien het voldoende was voor het ontgaan der strafbaarheid dat men zich slechts vóór het einde der terechtzitting of der werkzaamheid verwijderde, zou het geheele artikel zijne reden van bestaan verliezen.

Het misdrijf is voltooid, zoodra liet met-heengaan geconstateerd is.

<>p hem die terugkeert na verwijdering kan art. 139 toepasselijk zijn voor zoover de ambtelijke werkzaamheid in een lokaal wordt verricht dat voor den openbaren dienst bestemd is: daarenlwven geven art. IT.1 Wetboek van strafvordering en art. 24 Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (zie aanteekening 8) gelegenheid tot het Motten van weder binnenkomen. Wordt echter de werkzaamheid elders verricht dan is het terugkomen niet strafbaar, terwijl art. 289 Wetboek van strafvordering slechts aan de daar met name genoemde ambtenaren de gelegenheid tot voorkoming geeft.

') Al dient art. 18", lot vereeniging van .1.' voorschriften van art. 24 Wetboek van burgerlijke rechtsvordering en 305 en 310 Wetboek van strafvordering (oud), >ehoeft toch hel woorcl opschudding niet beperkt te worden tot hetgeen in die artikelen, die trouwens onderling nog weêr verschillen, wordt gespecificeerd.

20*

Sluiten