Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat er bevel tot uiteengaan is gegeven en wel driemaal, en dat dit bevel kwam van liet bevoegde fïezag; de dader moet zelfs aan den volksoploop als zoodanig hebben deelgenomen. Aan deze consequentie is niet te ontkomen, al brengt zij mede dat de toepassing van het artikel er grootelijks door wordt verlamd l).

Men heeft gewild dat er bepaaldelijk ongehoorzaamheid aan een bevel zoude zijn, dat het niet vernemen van het bevel dus de strafbaarheid zou opheffen; men heeft een driemaal gedaan bevel geëischt, voorzeker opdat niet reeds een enkel, in het rumoer misschien verloren gaand bevel voldoende voorwaarde voor strafbaarheid zou zijn; maar dan had de wetgever aan het driemaal gedane bevel ook het wettelijke vermoeden kunnen verbinden dat hot nu wel tot iederen belanghebbende zou zijn doorgedrongen; zooals de wet thans luidt kan zelfs gevorderd worden dat de dader weet dat het laatstgegevene bevel het derde was.

3. Het misdrijf kan alleen gepleegd worden bij gelegenheid van eenen volksoploop; dit moet beteekenen: in eenen volksoploop. Het bevel gegeven ter plaatse waar geen volksoploop is in verband met eenen oploop die elders plaats vindt heeft geenen zin en geenen rechtsgrond.

Volksoploop bestaat niet bij elke verzameling van eene menigte personen , maar wordt gevormd door eene de openbare orde verstorende massa. Daartoe is echter weder niet noodig dat elk die deel van de menigte uitmaakt de bedoeling heeft de orde te verstoren; het vermeerderen van de massa welke de orde verstoort is reeds op zich zelf het deelnemen aan den oploop; het zich er bij voegen is reeds opzettelijk zich bij den oploop aansluiten.

Hoeveel personen voor eenen volksoploop noodig zijn is in het algemeen niet te zeggen, dit zal telkens naar omstandigheden beoordeeld moeten worden.

Onder de maatregelen, door den burgemeester krachtens art. 1 !S6 der Gemeentewet genomen, komt dikwijls vóór het verbod van samenscholing van meer dan een zeker getal personen; overtreding van dit

1) Polenaar cn Heemskerk, aanteekening 3, betooge» dat men al de bijkomende omstandigheden mag objeetiveeren ; maar waar blijft dan de beteekenis der plaatsing van het woord opzettelijk? Hunne poging om de Commissie van Rapporteurs uit de Tweede Kamer in hare woorden: „Kr kan geen sprake wezen van opzet, „wanneer degeen die zich na het bevel niet verwijdert, dat bevel niet heeft „gehoord", het tegendeel te laten zeggen van hetgeen zij beteekenen, schijnt mij ook uiterst zwak.

In het wijzigingsontwerp van den Minister Cort van der Linden (1900) wordt hier geobjectiveerd.

Sluiten