Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maatregelen en bevelen van het gezag te verlammen of te verijdelen door ze aan de kennisneming van het publiek te onttrekken, door te beletten dat er de noodige openbaarheid aan gegeven wordt. Daarom is als kenmerk aangenomen dat de daad geschiedt niet het oogmerk om de kennisneming van de bekendmaking te beletten of te bemoeielijken; zonder dit kenmerk valt zij als overtreding onder de bepaling van art. 447.

2. De materieele handeling in het misdrijf is het afscheuren, onleesbaar maken of beschadigen.

De keuze der woorden staat blijkbaar in verband met den verderen inhoud van liet artikel zooals liet oorspronkelijk luidde: eeno bekendmaking, aangeslagen. Dit laatste woord werd vervangen door „gedaan", omdat vele publicaties die eene blijvende bestemming hebben niet worden aangeslagen (aangeplakt, aangehecht) maar op borden geverwd. Zulk eene publicatie kan men wegnemen, verwijderen, zonder ze af te scheuren of te beschadigen, terwijl niet dan door eene gewrongene interpretatie het enkele wegnemen onder onleesbaar maken te brengen is. Was dit laatste bedoeld, dan zou afscheuren naast onleesbaar maken reeds overtollig geweest zijn.

Zijn ten gevolge van de gemaakte wijziging nu ook in het artikel begrepen bekendmakingen in couranten i)? Deze vraag moet ontkennend beantwoord worden. Het verscheuren, onleesbaar maken, beschadigen van eene courant kan toch geen misdrijf tegen het openbaar gezag zijn, maar is gericht tegen den eigenaar der courant. Daarenboven gebruikt de wet de woorden „in het openbaar" niet voor „in geschriften ter verspreiding onder het publiek bestemd", of zij zegt het uitdrukkelijk: in het openbaar, mondeling of bij geschrifte, zie art. 131 en volg.

Stond art. 187 op zich zelf dan zou men wellicht nog kunnen zeggen dat bij vaststaande bedoeling 0111 de kennisneming der publicatie te bemoeielijken de handeling onder dit artikel kon vallen: maar bij toepassing van art. 447 kwam men tot de grootste ongerijmdheid; daarbij is toch die bedoeling niet noodig, het enkele verscheuren van eene courant waarin eene officieele kennisgeving is opgenomen zou dan onder alle omstandigheden eene overtreding zijn. Wel is wederrechtelijkheid gevorderd, maar wanneer de kennisgeving in eene courant gelijk zou staan met elke andere officieele kennisgeving, dan had de autoriteit die ze doet evenveel recht op het respecteeren van de eene als van do andere. Het woord wederrechtelijk is in beide artikelen ingelascht, opdat niet strafbaar zou zijn eenige daad, verricht aan eene

*) J. Verloreu in Tijdschrift voor strafrecht 111, Itladz. 413.

Sluiten