Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als dader hetzij als medeplichtige, niet wanneer zij den vorm van uitlokking of liet verschaffen van middelen of inlichtingen aanneemt i).

3. Tot liet misdrijf van art. 189, voor zoover dit bestaat in hulp tot ontkomen aan aanhouding, staat dat van art. 191 niet in de verhouding van speciaal tegenover algemeen misdrijf, waarop art. 55 tweede lid van toepassing zou zijn. Het ontkomen aan aanhouding toch slaat blijkbaar op iemand die nog niet aangehouden is, terwijl de tennen van art. 191 zoo ruim zijn dat elke aangehoudene er onder valt, ook die nog niet is opgesloten: hij is toch reeds van zijne vrijheid beroofd. Juist in het al of niet beroofd zijn van de vrijheid ligt dus het kenmerkende onderscheid.

4. De persoon ten aanzien van wie bevrijding of hulp bij zelfbevrijding strafbaar is moet van de vrijheid zijn beroofd op openbaar gezag of krachtens rechterlijke uitspraak of beschikking.

Wie tot de tweede kategoric behooren is duidelijk:

a. zij die in strafzaken krachtens vonnis of bevelschrift van gevangenneming of gevangenhouding of wel krachtens bevel van voorloopige aanhouding van den rechter-commissaris in bewaring zijn, daaronder begrepen de kinderen op wie toen zij beneden tien jaar oud waren de wet van 15 Januari 1886, Stbl. 7 j". art. 38 Wetboek van strafrecht is toegepast,

b. die op grond van art. 357 , 442 of 512 Burgerlijk wetboek in bewaring zijn gesteld,

c. krankzinnigen in een krankzinnigengesticht opgesloten,

cl. gegijzelden.

Daarnevens komen in de eerste plaats zij die door den officier of hulpofficier van justitie als verdachten voorloopig zijn aangehouden, dan degenen die zijn aangehouden krachtens eene aanvrage om uitlevering of om over de grenzen geleid te worden, de miliciens en schutterplichtigen krachtens de wet opgesloten.

Deze allen zijn door het openbaar gezag, d. i. op openbaar gezag, van de vrijheid beroofd.

De uitdrukking „op openbaar gezag of krachtens rechterlijke uitspraak of beschikking van de vrijheid beroofd" omvat volgens de Memorie van toelichting zeer onderscheidene groepen van personen die echter allen dit gemeen hebben dat zij de vrijheid missen krach-

!) Vgl. F. Wolfson, Bevrijding van gevangenen, academisch proefschrift, Leiden 1S!)2, bladz. 78 en volg., waar een overzicht gegeven wordt van de jurisprudentie eu literatuur in Duitschland over deze vraag. Zie ook Siuions, Leerboek I, bladz. 206,

Sluiten