Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verzekerd wen] aan hem die iets verzwijgt waarvan de mededeeling hem aan strafvervolging kan blootstellen. Nu liet artikel geene wet is geworden kan niet worden geredeneerd uit zijne vermoedelijke beteekenis, te minder daar hij de hehandeling niet de Tweede Kamer inzonderheid de Minister van justitie do bepaling besprak alsof er van ontkennen. niet van enkel achterhouden van de waarheid gesproken werd i).

8. I)e eenige gequalificeerde meineed is die welke in eene strafzaak ten nadeele van eenen beklaagde of verdachte is afgelegd.

Ik&digde verklaringen ten aanzien van eenen verdachte en te zijnen nadeele kunnen in hot gewone proces alleen worden afgelegd wanneer reeds in het stadium van voorloopige informatiën of bij ontdekking op lieeter daad de voorlichting van deskundigen wordt ingeroepen.

Beklaagden zijn zij die terechtstaan of tegen wie rechtsingang niet last tot instructie is verleend; ook ten aanzien van de laatsten komen in het algemeen geene andere beëedigde verklaringen voor dan die van deskundigen; alleen in het geval van art. 100 derde lid Wetboek van strafvordering worden ook beëedigde getuigenissen gevorderd-').

I'it do woorden „ten nadeele van" worde niet afgeleid dat hier in afwijking van den algemeenen regel gevorderd zou worden dat de verdachte of beklaagde ook werkelijk nadeel heeft ondervonden, dat hetzij aanhouding, hetzij verleenen van rechtsingang^ iet zij veroordeeling het gevolg van de verklaringen moet geweest zijn. Ten eerste zijn ook hier slechts „gevorderde verklaringen" welker rechtsgevolg niet afzonderlijk behoeft te worden vastgesteld (zie aan toeken ing ;> in fine), maar afgezien daarvan kan „ten nadeele" slechts lieteekenen: ten liezware, nadeel kunnende veroorzaken, geenszins: nadeel veroorzaakt hebbende.

0. Tot veel strijd heeft, ook reeds voor de invoering van dit wetboek, aanleiding gegeven de vraag wanneer een getuigenis geacht moet worden voltooid te zijn.

De neiging der jurisprudentie is over het algemeen den getuige eene zoo ruim mogelijk gestelde gelegenheid te laten tot het intrekken van eene valsche verklaring, en voorzeker kan het zijn nut hebben iemand ruimschoots tijd te laten zich te ontworstelen aan den invloed

') Smidt II, eerste druk 225, tweede druk '.I'S.

-) Smidt II, eerste druk 218, tweede druk 221. De bepaling kwam voor de wijziging van het Wetboek van strafvordering voor in de wet van 2lj November 1873, Stbl. 175.

Sluiten