Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«ils echt en onvervalscht uit te geven of te doen uitgeven, wordt, als schuldig aan valsche munt, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren.

1. Ofschoon bij dit artikel van muntspeciën en muntpapier in liet algemeen gesproken wordt, is het in zijnen vollen omvang alleen toepasselijk op Nederlandsche munt evenals art. 204—211, zooals Wijkt uit de bepaling van art. 212 waarbij eene verminderde straf wordt gesteld op het misdrijf, gepleegd ten aanzien van buitenlandsche munt.

De indeeling der bepalingen in het ontwerp was juist omgekeerd. I" a,'t- (thans 208—211) was van muntspeciën en inunt-

billetton in het algemeen gesproken, en in art. 235 werd de straf voor speciën en billetten van het rijk met oen derde verhoogd.

I)e gedachtengang van het ontwerp schijnt mij logischer dan die der wet; terwijl thans art. 208 en volg. van munt in het algemeen spreken, moet men ze toch tot Nederlandsche munt beperken voor zoover eeue straf wordt opgelegd hooger dan twee jaren beneden het maximum.

I)e .Minister van justitie achtte het praktisch het meest gewone geval op den voorgrond te plaatsen, maar vergat dat het meest gewone geval thans niet in de artikelen is uitgedrukt maar hunne toepasselijkheid daarop enkel uit de vergelijking met art. 212 kan worden afgeleid.

liet tweede argument van den Minister, dat door de gewijzigde redactie van art. 212 de rechter in de meest voorkomende gevallen (d. i. bij misdrijven betreffende Nederlandsche munt) niet meer verplicht zal zijn twee artikelen in zijn vonnis aan te halen, is inderdaad \an eenige beteekenis; zelfs zal de rechter nu ook wanneer het vreemde munt geldt art. 21_' in het geheel niet behoeven aan te halen; de voorafgaande artikelen zijn toch op alle nmntmisdrijven toepasselijk met uitzondering van het geval dat minder dan twee jaar gevangenisstraf beneden liet maximum wordt opgelegd. In zooverre is de verandering minder logisch: men had in art. 208 en volg. van Nederlandsche munt moeten spreken.

De algemeene term „muntspeciën" omvat alle soorten van munt.

Onder muntpapier is alleen te verstaan geldswaardig papier, van wege het rijk uitgegeven; bankbilletten vallen onder het bereik van art. 226 5°.

Naar do wetten, regelende het muntwezen, moot worden beoordeeld of iets inderdaad muntspecie of muntpapier is.

Ten aanzien van de vragen omtrent valschheid, vervalsching en

Sluiten