Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het hier bedoelde gebruik van etiketten en dergelijke valt dan ook blijkbaar onder 110. 3 dat, hoewel volgens de Memorie van toelichting analoog aan art. 217 3°, in zijne omschrijving ruimer is. Het gebruiken omvat het aanbrengen van nog niet gebruikte merken waar die door aanhechting worden aangebracht, zoowel als het inzetten, aanvoegen en overbrengen van art. 219.

3. Het oogmerk dat voor toepassing van dit artikel vereischt is moet gericht zijn op het gebruiken of doen gebruiken van de goederen alsof de merken echt en onvervalscht waren en, indien het geldt het gebruik van merken voor goederen waarvoor zij niet bestemd waren, op het gebruiken of doen gebruiken alsof zij er wel voor bestemd waren.

Zie over het opzet in verband met het oogmerk aanteekening 5 op art. 208.

De omschrijving van het oogmerk heeft aanleiding gegeven tot de vraag of dit niet Ie veel beperkt is, en of het artikel in no. 3 wel toepasselijk is op gevallen waarin het merk enkel is geplaatst tot herkenning van het goed, zooals het waardeeringsmerk dat ten bewijze van gedane schatting geplaatst wordt op voor den accijns op het geslacht aangegeven vee. Wie zulk een merk valschelijk plaatst of op een stuk vee overbrengt waarvoor het niet bestemd was (zoo is er gezegd) heeft niet het oogmerk tot gebruik van liet goed waarop liet merk geplaatst is, maai- van het merk zelf i).

Hiermede wordt m. i. eene te enge beteekenis aan het woord gebruiken toegekend. Wel is waar wordt in de eerste plaats het merk gebruikt, maar dat is ook liet geval met de merken van de voorgaande artikelen.

Het merk moet nu aantoonen dat het vee is gewaardeerd, en wel het bepaalde dier waaraan het is aangebracht; dus is teil gevolge van de valschheid het dier waaraan het valschelijk is aangebracht toch ook gebruikt om het te doen voorkomen dat er niet in strijd met de wet is geslacht.

In het algemeen bestaat liet gebruiken in het doen dooigaan van liet goed voor datgene wat het volgens het merk moet zijn.

I'olenaar en Heemskerk aanteekening 3. liet misdrijf is niet I>ij de belastingwet strafbaar gesteld, daarentegen wel de valseliheid gepleegd ten opzichte van den peilstok waarvan het gebruik hij art. al der wet omtrent den accijns op het binnenlandseh gedestilleerd van 20 .Juni 1802, Stbl. 02, zie art. 133 § 14 dier wet. Dit misdrijf is dus blijkens art. 7 tier Invoeringswet niet strafbaar naar art. 219.

Sluiten